donderdag 26 oktober 2017

Petra en haar maskers


Petra’s sluike haar kon zich maar nauwelijks verbergen achter de maskers die ze gebruikte om haar leven kleur te geven. Ze verzamelde de objecten sinds haar vroege jeugd en haar studentenkamer stond er vol mee. Elke ochtend als ze wakker werd groette ze hen.
            ‘Wie zal ik vandaag zijn?’ Maar het bleef niet bij één masker per dag, nee. Ze pakte er een paar bij elkaar en stopte die in de linnen tas waarin ze ook haar schoolspullen deed.

Er was een masker voor wanneer Petra zich moe voelde, maar ook voor wanneer ze enthousiasme wilde tonen over haar medestudenten. Ze had een masker voor het hijgend op de fiets zitten en eentje voor wanneer ze geïnteresseerd de leerstof doornam.

Eigenlijk was er geen moment dat ze niet met een masker kon verluchtigen. Als ze De Turk binnenging en de besnorde man (die een Irakees was) de feta afwoog zette ze speciaal voor hem een masker op.
            ‘Asalaam aleikum, sayidi aleaziz,’ zei ze. Hij kon weinig anders dan in verwondering uitroepen:
            ‘O, wat spreekt u goed Arabisch!’ In de bruine kroeg op de hoek was het niet anders als ze een kopstoot en gekookt ei bestelde.
            ‘Hé gast, wat is het hier teringschoon, zeg.’ De blonde dame achter de tap met het brede tijgerdecolleté kon weinig anders dan een bakje zoute pinda’s erbij zetten.
            ‘Dat je er maar van mag genieten, meissie!’

Na verloop van tijd kreeg ze de angst dat ze zich achter de maskers verschool. Wie was ze dan echt, vroeg ze zich af.
            ‘Wie ben ik eigenlijk,’ vroeg ze haar moeder, maar vergat dat ze haar masker ophad van goede dochter zijn.
            ‘Wie denk jij dat ik echt ben?’ vroeg ze haar beste vriendin, maar vergat dat ze haar beste vriendinnenmasker ophad.

Ze voelde zich er na verloop van tijd zo ongemakkelijk over dat de maskers op mysterieuze wijze begonnen te verdwijnen. De ene liet ze achter bij de bakker en een volgende raakte in de gracht verzeild. De laatste verbrandde ze ritueel en liet een gulzig rood vuur zien, want het was haar masker van tevreden seks.

De volgende ochtend voelde Petra zich een bevrijd mens en zei dat tegen haar huisgenote. Die was blijkbaar in een rothumeur en reageerde snibbig.
            ‘Waarom ruim je nooit je rommel op?’ Het riekte inderdaad nog naar verbrand masker.

Vrolijk sprong ze vervolgens op haar fiets en haalde een brommer in die vloekte tegen de lucht en een racefietser die akelig hard lachte. Het kon haar allemaal niets schelen, want eindelijk wist ze wie ze was: zichzelf. Ze zag niets anders meer dan zichzelf en was daar heel tevreden over. Ze stak een vinger op tegen een lompe automobilist en realiseerde zich niet dat ze hem net had afgesneden.

Die avond voelde Petra zich een beetje alleen. Haar beste vriendin had geen tijd en haar moeder was kortaf aan de telefoon. Ze was meer bezig met haar broer. Uit verveling begon ze van snippers papier, stukjes gum en een overbodig plankje een masker in elkaar te zetten. Ze wist nog niet of ze het zou dragen, maar het ritueel gaf haar plezier en rust.
             
           

3 opmerkingen:

  1. Mooi om te lezen en verbased want ik herken mij in Petra.
    Fijn en bedankt want het bacht lij in een goed humeur :-)

    BeantwoordenVerwijderen