maandag 11 september 2017

Puzzelstuk

Die avond kropen alle kinderen van het dorp uit bed en verlieten in het grootste geheim het ouderlijke huis. De ene moest via het dak van de schuur kruipen en de andere glipte ongezien onder de half geopende garagedeur door. De fel gekleurde pyjama’s waren als juwelen in de kwetterende schemering. In hun handen droegen de kinderen ieder een puzzelstuk.

Annelies had de hare van opa gekregen, een doorleefde man die het nog helder voor ogen stond hoe hun volk in het thuisland was behandeld. Als ze bij hem op bezoek ging wist hij er altijd iets over te vertellen. Zijn stem klonk dan zwaar en zijn blik was vol hoop en pijn.
            ‘Je oma en ik konden nog maar net op tijd ontsnappen, Annelies,’ zei hij bijvoorbeeld. ‘De regering was eindelijk in staat dat ze de paspoorten van ons volk konden intrekken.’

Annelies droeg het witte puzzelstuk in een buidel om haar nek. Even stond ze stil om het tevoorschijn te halen. Ze voelde de rondingen en het gladde oppervlak. Het had haar nooit een prettig gevoel gegeven. Bedrukt rende ze verder.

Toen Annelies en de andere kinderen eindelijk op het dorpsplein kwamen brandde er een groen vuur. Het was aangestoken door Dorjan, de trotse bibliothecaris. Hij groette iedereen individueel.
            ‘Welkom, Annelies, wat prettig jou ook hier te treffen.’

Ze herkende vriendjes uit de straat, zoals stoere Lolonyo, Emine die graag verstoppertje speelde en dromerige Richard met de mooie handen, maar niemand sprak.

De oudste legde ernstig het eerste stuk neer en vervolgens probeerde iedereen daar bij in te passen. Annelies stond er verloren bij. Toen ze zag dat elk puzzelstuk zwart was had ze niet het idee dat ze erbij hoorde. Degene die klaar was nam plaats langs de rand van het plein, zodat er langzaam een kring werd gevormd.

Nadat vroeg in de ochtend het laatste stuk was ingepast bleek er in het midden nog één plek vrij. Ze keken haar verwachtingsvol aan. Annelies dacht aan opa’s woorden.
            ‘Kom,’ zei Dorjan, ‘nu is het jouw beurt.’ Aarzelend stapte ze naar voren. Haar puzzelstuk bleek perfect te passen. Ze zuchtte diep en iedereen klapte.

Het puzzel was zwart als de hemel en haar bijdrage had de maan naar het plein gebracht. Annelies knikte dankbaar en voelde een traan van vreugde opkomen.


3 opmerkingen: