zaterdag 7 januari 2017

Geschilderde liefde voor het opstandige woord

- Keith Haring, Burroughs en ik

Gisteren veel tijd doorgebracht met het lezen van de Keith Haring Journals, van de in 1990 aan aids overleden popkunstenaar die een icoon van de jaren tachtig werd. Ik had toentertijd weinig met Keith Haring op, net als met de jaren tachtig zelf. Achteraf gezien was hij toch meer de moeite de waard dan ik dacht met mijn duffe puberbrein. De overzichtstentoonstelling van zijn werk in Musée d’Art Moderne in Parijs in 2013 was fantastisch en de afgeslankte versie in de Kunsthal in Rotterdam in 2015 was ook heerlijk.
            In deze passage beschreef hij een weekend in de stad van William Burroughs (Lawrence, Kansas) – in 1987 – waar ook andere helden van de beat generation waren, zoals Allen Ginsberg. Harings bezoek eind jaren zeventig aan de Nova Convention (met o.a. Burroughs) had een bepalende invloed op zijn kunstenaarsleven. Hij – blijkt in zijn aantekeningen –, voelde zich deel van die beweging en die van de jaren zestig-zeventig hippie. Hij zag het als zijn taak om de gedachte aan de Beats in zijn werk in ere te houden. Nou was me niet eerder aan Harings schilderijen opgevallen dat hij zo’n sterke binding had met hen, maar goed, soms is de intentie genoeg.
            Tijdens het lezen van Harings woorden voelde ik ook de behoefte om getuigenis af te leggen van mijn liefde voor de Beats en specifiek voor Burroughs.

De Amerikaanse experimentele schrijver William S. Burroughs (1914-1997) is ook voor mij van onschatbare waarde geweest, want hij functioneerde als brug tussen sciencefiction – dat ik in de jaren tachtig voornamelijk las – en mainstream literatuur. Bij Burroughs vond ik dezelfde spectaculaire durfal verhalen als bij de schrijvers van het genre, maar bij hem was het allemaal echt. Al zijn literaire avonturen vormden een weerslag van zijn onderzoek en waren daar tegelijk onderdeel van. Hij benaderde het leven als een avonturier/wetenschapper en verbond fictie op onnavolgbare wijze met zijn strijd tegen de macht van het woord.
            Als mens was hij best verknipt, sommige zeggen zelfs psychotisch – en of het was vanwege de drugs of omdat het er altijd al inzat blijft een vraag –, maar er zijn weinig schrijvers die in staat zijn met één zin een hele wereld op te roepen. Er zijn er zeker geen die de collagetechniek – het uitknippen van teksten en deze tegen elkaar leggen om nieuwe zinnen en beelden te creëren – zo effectief en krachtig toepasten. Zijn eerste boek, Naked Lunch, werd in de jaren vijftig geschreven en direct verboden.
            Was het dan werkelijk zo vreselijk wat hij schreef? Ja, een woordenvloed van nachtmerrieachtige beelden wordt over je uitgestort en je krijgt soms het idee te lezen in het brein van een buitenaards wezen. Maar door zijn absurdistische vileine humor ontlokt bijna elke passage ook weer glimlachjes. Stel je een sardonische Gerard Reve voor die alleen zijn stoutste dromen en vuilste fantasieën opschrijft zonder bezig te zijn met de behoefte om realistische dingen te beschrijven of ironisch te zijn.
            De tijd was blijkbaar rijp voor Burroughs. Ondanks het verbod vond het avant-gardistische boek gretig aftrek. Ook Ginsbergs monumentale gedicht Howl werd veel gelezen en Jack Kerouac werd wereldberoemd met het proto-hippie boek On The Road. Een nieuwe generatie stond op, noemde zich beatniks ('beat' van ‘beaten down’), en in de jaren zestig vormde een afsplitsing daarvan de Hippiegeneratie. Dankzij de Beatles – waarvan het ‘beat’ in hun naam verwees naar het ritme van de nieuwe muziek – en andere bands werd het gedachtegoed, het antibourgeois, anti-etablissement van de beats gemeengoed. Burroughs liefde voor de zelfkant had van hem de eerste punk gemaakt, een homoseksuele schrijver die god noch gebod kende en zijn eigen levensstijl nastreefde.
            Via Burroughs en de andere Beats kwam ik bij uitzonderlijke schrijvers als Thomas Pynchon en Don DeLilo, maar begon ook eindelijk ‘gewone literatuur’ te lezen. Ik kan me niet herinneren of Arthur Rimbaud al in de kijker was, maar als dat wel zo was dan vielen de stukjes pas op hun plek bij het lezen van de Beats. Rimbaud was de eerste echte experimentele schrijver, maar ook een anarchist pur sang die wanhopig zocht naar een utopische wereld, waarin de arme net zoveel recht had als de rijke en waarin afwijkende seksualiteit geen probleem meer was. Hij kreeg in de twintigste eeuw voornamelijk navolging in de vorm, zelden in de inhoud, tot de Beats langskwamen. Rimbauds ‘totale ontregeling van de zintuigen’ – om een nieuwe wereld van voelen, horen, zien en denken binnen te treden – vond bij de Amerikaanse schrijvers van direct na de Tweede Wereldoorlog volop navolging.
            Later begon ik de vrijwel drugsloze Lucebert te lezen, die – zowel in ontregelende als in politiek anarchistische zin – met gemak op gelijke voet stond met mensen als Burroughs of Ginsberg. Simon Vinkenoog is waarschijnlijk nog het best te vergelijken met de Beats, maar teveel wiet en te had weinig discipline. Aan dat laatste ontbrak het de Amerikanen zelden.



In de veronderstelling dat het zinloos is om blind te imiteren schreef ik vele jaren later mijn ‘debuut’ Aan Traagheid Ontkomen over mijn dagen in coffeeshop The Fatal Flowers. Het was een poging om de fantastische wereld van sciencefiction te binden aan een realistisch verhaal. Tegenwoordig noemt men dat Transrealisme en een van de stukgelezen sf-schrijvers van toen, Philip K. Dick (Total Recal, Bladerunner, Man in The High Castle ) is er postuum een belangrijk vertegenwoordiger van. Ook Haruki Murakami, David Mitchell en Margaret Atwood worden ertoe gerekend. Helaas heb ik voor dit manuscript – en de twee die ik sindsdien heb geschreven – nog geen fatsoenlijke uitgever kunnen vinden.
Tijdens het schrijven van deze blog besefte ik dat Haring zich natuurlijk met recht mocht rekenen tot de Beats. Zijn vrolijke kleuren en eenvoudige vormen verdoezelen dat hij vaak ernstige onderwerpen op tafel legt zoals onrecht tegen de seksueel anders georiënteerde, discriminatie en aids, maar dat hij ook een streven naar een meer menselijke en warmere maatschappij toont. Het is makkelijk om er aan voorbij te gaan, maar iedereen die voor veel geld een fel geschilderd doek van hem aan de muur heeft hangen bracht ook de geest van de counterculture binnen. Een geest met diepe wortels in antiautoriteits-denken die helemaal tot de negentiende eeuw terugvoeren, tot Rimbaud en – hier nog niet genoemd – tot de grote Russische schrijver Fjodor Dostojevski.



Het is misschien moeilijk om je voor te stellen, maar deze kunstenaars en hun behoefte te ontregelen en een betere wereld te bieden, zouden wel eens het enige panacee kunnen zijn voor het neoliberale spook dat alweer even rondwaart. Juist dat Keith Haring zijn werk toegankelijk maakte en aansluiting zocht bij de popcultuur brak de macht die de rijken hebben om te bepalen wat mooi was. Juist het experimentele en extreme van een William Burroughs maakte het zo moeilijk hem en zijn gedachtegoed commercieel uit te buiten. De Beats en hun gooi naar de macht van de verbeelding, op zoek naar nieuwe vormen en een nieuwe leefstijl, zijn misschien juist een probaat middel tegen het neoliberale gif van win-win en winstmaximalisatie.




Generatiegenoot van Keith Haring

Geen opmerkingen:

Een reactie posten