zaterdag 15 oktober 2016

Sneeuwdruppel

Op het balkon achter hoorde ik een geluidje alsof een vogel naar mij knorde. Ik kon niks zien en keek weer voor me uit. Mijn hoofd bonsde. Een hoofdpijn als de sirene van een ziekenauto, zachter naarmate deze verder weg reed, maar soms heel nabij. Een Vlaamse Gaai vloog uit de boom. Ontspannen zweefde het in een skiënde beweging door naar de volgende om daar even een tak te nemen. Ik dacht dat we contact hadden, maar toen vloog het verder. Zulke mooie zwarte ogen. Het verdween in de volgende boom en toen vloog het maatje ook langs.
            Ik had door de buurt gewandeld op zoek naar zinnen en observaties voor een gedicht. Vlakbij om de hoek viel me iets op. Een plastic bus op een vreemde plek. Daar maakte ik notities over. Een gevoel overviel me. De kindertijd trok aan me. De avond ervoor had ik met een vriend uitgebreid gepraat over onze vroegere avonturen:

Olifantenpad

Tegen de stenen muur naar boven, geen stap
genomen, naar de piepende treinen toe,
zomaar van kiezels en zand dat het groen
laag over de grond niet aan wil raken.
De grijze plastic collectebus, of iets anders.
Olifantenpad met als enig einde het hek
en een druk reisschema.
Voor iedereen om te zien, voor iedereen
om te treden. Tegenover de fusionkitchen
van Koreaans en nog wat Nederlands.
Voor iedereen om te missen, voor iedereen
om overheen te kijken.

Een pad dat kinderen maken, of spuitbus-
artiesten in hun dwaze jacht naar roem.
Het is geen geheim voor wie het wil zien.
Als kind, ja, als kind zag je al die plekken.

Het zilveren grauw van de lucht, plat
als een daalder, is hetzelfde als toen.


Om het gedicht uit de observaties en zinnen los te maken zat ik in mijn atelier en grasduinde in de dichtbundels die daar stonden. Een van de gedichten die me het meeste bijbleef was van Ted Hughes en stond in zijn tweede bundel Lupercal:

Snow drop

Now is the globe shrunk tight
Round the mouse’s dulled wintering heart.
Weasel and crow, as if moulded in brass,
Move through an outer darkness
Not in their right minds,
With the other deaths. She, too, pursues her ends,
Brutal as the stars of this month,
Her pale head heavy as metal.


Bij de eerste keer lezen voelde ik een stille dreiging in het gedicht. Alsof alles wat gevaarlijk aan de natuur is met grote kracht in een paar zinnen bijeen stond. Ik voelde oprecht een vorm van angst. Waarom waren de wezel en de kraai ‘not in their right minds’? Hoe is het mogelijk dat dieren ‘gek’ zijn? Ik wist dat ‘moulded’ ‘gevormd’ betekende, maar herinnerde me opeens ook de andere betekenis, die van ‘schimmel’. En welke ‘other deaths’? en wie of wat is de ‘she’ in het derde vers van onder? Niet de muis, niet de wezel en ook niet de kraai. Is het de winter?
            Zal ik dit gedicht proberen te vertalen, voor jou, mijn stille lezer?
            Sneeuwdruppel. Dat is vreemd, want we spreken toch eerder van een sneeuwvlok. Waarschijnlijk gaat het hier om sneeuw dat smelt en ergens vanaf glijdt. Een dak of, waarschijnlijker, een tak. Het gedicht speelt zich blijkbaar in de natuur af. Is die ‘globe’ zo’n glazen sneeuwbol die het laat sneeuwen als je schudt? Het gedicht als een tableau vivant waarin al het leven zich afspeelt. Nu is de bol ‘tight’ gekrompen. ‘Tight’ kan propvol, beklemmend, schaars, stevig of streng betekenen. Er zijn misschien meer Nederlandse woorden waaraan het zich verhoudt. Mijn woordenboek is niet zo dik.
            Rond het afgestompte winterende hart van de muis. Het is niet zo mooi, dat ‘afgestompte winterende hart’. Mat of dof, daar ga ik liever voor. Afgematte winterhart. Zoiets. Wezel en kraai, als gegoten in koper. To mould, in een vorm gieten. Maar het is ook hoe het karakter van iemand vorm krijgt. Er gaat een prachtige verstilling van deze regel uit, wat het idee versterkt dat het om een sneeuwbol gaat. Maar het kan ook om een verstilt moment gaan, het moment dat de sneeuwdruppel valt. Een moment dat eeuwig lijkt en waarin alle dieren en de hele wereld stilstaat, terwijl de druppel vliegensvlug neerdaalt.
            De wezel en kraai bewegen door ‘outer darkness’ en zijn ‘niet helemaal bij hun hoofd’. De buitenste duisternis, wat zou dat zijn? De buitenkant van alles, niet het innerlijk. En ze bewegen mee met ‘de andere doden’. ‘Deaths’ is niet de ‘gedoden’, maar de gestorvenen. Dat roept de vraag op wie er nog meer zijn gestorven. Niet de muis, niet de wezel en ook niet de kraai. Maar ‘Ook zij ‘purseus’ haar doelen na, ‘brutal’ als de sterren van deze maand, haar bleke hoofd zwaar als metaal.’ ‘Pursue’ kan ook najagen zijn. De sterren waarnaar wordt verwezen hangen samen met de maand, dus kan je aan astrologische sterrenbeelden denken. Brutal als in beestachtig, meedogenloos en, mooi als associatie, hondenweer. Plotseling bedenk ik me dat de ‘She’ van de zesde regel heel wel de sneeuwdruppel kan zijn.
            Het is een beetje spelen, zo. Je hoopt in de vertaling iets van het origineel te behouden, maar ook te ontdekken wat je eerst niet zag. Zal ik dan maar tonen wat ik uit deze korte zoektocht heb weten te halen?

Sneeuwdruppel

Reeds is de bol dicht gekrompen
Rond het winterend doffe muizenhart.
Wezel en kraai, alsof in koper gegoten
Bewegen door een uiterst duister
Niet bij volle zinnen, samen
met de andere gestorvenen. Ook zij jaagt haar doelen na,
Gewetenloos als de sterren van deze maand,
Haar bleke hoofd zwaar als metaal.


Je ziet het, ik heb vals gespeeld. Dat gebeurt me steeds als ik schrijf. Een schets van dit, van observaties die ik buiten heb gemaakt, gesprokkelde zinnen, en als ik veilig in mijn atelier zit, geheel alleen met de boeken, dan gaat het dichterlijke ermee vandoor.
            Ik vraag me af wat de ene Vlaamse Gaai tegen de andere zei. Iets van, kom hier, naar die volgende boom? Of was het een kortaf: doorvliegen? Alle dieren hebben een taal, net als mensen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten