zaterdag 13 augustus 2016

De toekomst is nu

Livia's baby, detail

Mijn huis is al in tijden niet meer zo schoon geweest. Plotseling heb ik ook nog de tijd om daar aandacht aan te besteden. Wees gerust, het is nog niet zo erg als bij de buren waar ik de stofzuiger elke dag hoor, wat geen pretje is als je op het balkon rustig wilt lezen. Stofzuigers maken zo’n hoog piepend geluid dat dus werkelijk over de hele binnentuin heen te horen is. Als je werkeloos bent heb je de tijd voor dat soort dingen. Ik kan het iedereen aanraden! Ben ik Koos Werkeloos? Gestopt met werk voor de Oude Kerk? Ja, maar ik zie het eerder als een adempauze voor herinrichting van mijn sociale en professionele leven. Het is tijd om eindelijk iets van die kunst te maken!

Ik hoor u al mompelen: maar kunst, daar kan je toch niet van leven? Inderdaad! Zonder kopers geen kunst, behalve grote stapels onverkochte schilderijen als erfenis of compost. Zelfs Van Gogh kreeg geld van zijn broer. Cezanne had een erfenis en Rembrandt ging failliet toen de mode veranderde. Uiteindelijk blijft het voor veel mensen een keuze tussen vakantie of een schilderij. Of een schilderij van hun nichtje. Ik zal mij op de 1 procenters moeten richten, blijkt.

Maar er zijn nog een paar andere plannen om aan te werken. Meer muurschilderingen maken. Mocht iemand mij daaraan kunnen helpen hoor ik het graag. Teksten van Engels naar Nederlands vertalen. Vind ik erg leuk en heb al een hoop geoefend. Recensies schrijven. Doe ik zo nu en dan in deze blog. Een workshop opzetten om anderen tekenen, schilderen en creatieve beginselen te leren. Afgestudeerd leraar Nederlands, dus het diploma heb ik. Afgezien van plusminus 19 jaar praktijkervaring als kunstenaar (en schrijver, daar kan ik ook in worksjoppen). Dat zijn de praktische plannen. Daarnaast gewoon doorgaan met verhalen en gedichten schrijven en insturen. En exposities organiseren, het liefst voor de nieuwe schilderijen. Bijgevoegd een voorbeeld. Het is één grote sollicitatiebrief geworden, nietwaar? And now for something completely different!

*

Mijn eerste echte leeservaring was met sciencefiction, ‘De dag der dagen’ van Ira Levin (ook schrijver van ‘The boys from Brasil’). Dat zal in’82 zijn geweest. Daarna duurde het even, maar ik kreeg op vakantie in Texel van mijn moeder ‘Lens larque’, van Jack Vance. Een wilde rit door sf-land volgde, voornamelijk in slecht Nederlands, tot ik eindelijk zelf een stroming oppikte die net aan de gang was: Cyberpunk. De film Blade Runner is er een goed bijvoorbeeld van. Een belangrijke vertegenwoordiger was William Gibson met ‘Neuromancer’. Ik vroeg aan mijn leraar Engels of ik dat boek voor de leeslijst mocht lezen. Hij vroeg me wat er dan zo speciaal aan was en ik kon dat niet goed articuleren, zo weggeblazen als ik was door het Engels en het verhaal. Hij vond het geen goed idee.

Bij nader inzien blijkt ‘Neuromancer’ niet onbelangrijke publicatie te zijn geweest. Veel mensen zagen Cyberspace en the matrix (ook zo’n term) als metaforen voor het nog maar net beginnende internet. Een aantal andere schrijvers uit die stroming maakten ook een diepe indruk op me: Bruce Sterling, John Shirley en Rudy Rucker bijvoorbeeld. Maar uiteindelijk raakte ik mijn interesse een beetje kwijt. Ik had een verhaal naar een sf-tijdschrift gestuurd en die redacteur raadde aan vooral veel ‘gewone’ literatuur te lezen. Dat kostte wat moeite, maar uiteindelijk is dat het enige wat ik zo’n beetje nog lees. Zij het bij voorkeur behoorlijk buitenissige literatuur. Ik hou van vakanties in het buitenland en zo is het ook met mijn boeken.

Onlangs kocht ik een ‘essay’-bundel van William Gibson, in de hoop inspiratie voor een eigen essay in te vinden. Ik zet essay hier tussen haakjes want de stukken zijn zelden als zodanig bedoeld, al komen ze vaak wel zo uit: onderzoekende stukken met vragen en een antwoord vol mogelijkheden. De in 2013 uitgebrachte bundel heet ‘Distrust that particular flavor’. Gibson zelf heeft in zijn romans zijn toekomstwereld naar het heden verplaatst en ook deze bundel gaat voornamelijk over de tijd waarin de stukjes zijn geschreven. Zo’n beetje vanaf 1989 tot 2010.




Toen ik het begon te lezen verwachtte ik er weinig van. Gibson was iemand uit een andere tijd die een spannend verhaal complex kon vertellen, waarbij de samenhang soms te zoeken was. Een stijlkenmerk van cyberpunk, streven naar een overlading van de zintuigen. In het verlengde van een van hun voorbeelden, William Burroughs (maar vast ook als erfgenamen van Arthur Rimbaud en natuurlijk een voortzetting met woorden van de dionysische riten. Toch werkte dat niet altijd lekker bij de noir sfeer zijn verhalen. Je zou kunnen zeggen dat ik hem meer bewonderde om zijn ideeën dan om zijn stijl. Een kritiek waar helaas teveel (oude) sciencefictionschrijvers onderhevig aan zijn. Al is het ook echt voor de magistrale ideeën a de moeite waard. Dat is namelijk iets wat je in sf-films nauwelijks terugvindt.

Natuurlijk was ik verbaasd toen ik een ware auteursstem in zijn zinnen las. De overdaad is helder in deze stukken. Zijn metaforen en beelden zijn krachtig gekozen en vallen steeds goed. Zijn wereldbeeld is zo mogelijk nog imposanter.

Gibson is een man die gelooft in technologie en wel in die zin dat wij als mens al sinds de oertijd met technologie opgroeien en er door worden gevormd en gestuurd. Vuur maken is een vorm van technologie. Vuistbijlen maken. Koken. De wanden van een grot beschilderen. Wat wij nu soms als overheersend en vermoeiend ervaren, de alom aanwezige digitale technologie, ziet hij als een verlengde van dat kampvuur. Zodoende moeten we het ook niet met zoveel angst en zorg bekijken. In zijn denkwereld gaat technologie altijd zijn eigen gang om in de handen terecht te komen van degene die er toevallig iets heel anders mee wil. De graffitispuitbus die bedoeld was om oppervlakken één kleur te geven krijgt in de handen van straatjochies een opstandige creatieve functie. Technologie laat zich niet binden.

Een andere notie van hem, en natuurlijk niet alleen van hem, is dat de toekomst in een sf-boek altijd het heden van de schrijver is. Alle zo bekende stijlkenmerken en motieven van sf (en elke fantastische vertelvorm) zijn dan ook eigenlijk een metafoor. Zo was Dracula een verbeelding van de Victoriaanse angst voor het dierlijke, de seks. Zo zijn cyborgs een metafoor voor onze gebondenheid aan technologie in zoveel gedaantes. Zo is cyberspace, en eigenlijk ook het internet zelf, een metafoor voor onze globale verbondenheid als deel van de soort mens en als onderdeel van al het leven dat onze aarde rijk is.

*

Liedje van de dag zal toch echt ‘Work’ moeten zijn, van Lou Reed & John Cale, het album ‘Songs for Drella’. Een postuum eerbetoon aan Andy Warhol. Een album dat tot in de eeuwigheid op Gods draaitafel hoort te liggen. Elk nummer tekent de karakters van Reed en Cale minutieus na en schept een beeld van Warhol dat diep menselijk is en als effectief contrast fungeert bij zijn van nature koele werk. De regels waar ik zelf regelmatig aan moet denken en die, met mijn werkeloze toekomst in gedachten, op de lippen liggen zijn deze:

No matter what I did it never seemed enough
he said I was lazy, I said I was young
He said, ‘How many songs did you write ?’
I'd written zero, I'd lied and said, ‘Ten.’


Geen opmerkingen:

Een reactie posten