woensdag 20 april 2016

The show must go on

De muur voordat er een schildering op komt. Ja, inderdaad, groter dan het hier lijkt. 4,60 bij 3,50 m.


Nadat de kunstenaar, de meneer die ik ben, in een vlaag van verstandsverbijstering de deur achter zich dichtsloeg naar zijn atelier boven, erachter kwam de sleutel te zijn vergeten, zijn vriend M. van een paar huizen verderop te hulp vroeg om te proberen semiprofessioneel bij zich in te breken, zijn vriendin belde in het verre S. om morgen de sleutel langs te brengen, de nacht doorbracht bij vriend M., in de absolute duisternis van een kelderkamer met een zoemende ontvochtiger, de ochtend daarop met drie keer een glas warme Earl Grey van Simon L. de vogeltjes in de tuin en zon te hebben bekeken, door zijn vriendin die hem ‘zwervertje’ noemde omdat hij nog in zijn binnenkleding liep, het huis binnen werd geloosd, na twee setjes extra sleutels te hebben laten maken voor onder andere bij vriend M., een koffie en plezier met vriendin, was het eindelijk tijd om naar Piet D. te gaan voor de muurschildering. Het voorgaande was allemaal één lange zin.

Het was ondertussen vrij laat en niet snel daarna liet vriend D. weten toch niet te kunnen komen om de schildering te aanschouwen. Het was jammer, want Piet had lekkere koeken gekocht bij zijn bakker. Ook vriend D. is een ex-collega. Niettemin vond ik het weinig erg, want zo kon ik toch nog wat schilderen gedaan krijgen. Piet zette thee voor me en bakte een eitje op brood. We hadden het over Bernie Sanders. Hij is geen aanhanger en ziet liever Clinton als nieuwe president, maar was wel onder de indruk van de rally in New York. Daar had ik niets van gezien. Ik ging verder met schilderen en Piet begon met het strijken van zijn kleding, wat hij in de gang bij de voordeur deed. Ik heb niet gevraagd of hij het normaal in de huiskamer deed, waar ik nu bezig was.

In de avond ging ik naar goede vriend Marco R. We hadden het over veel, over The Cure, over Top 40 lijsten en het referendum. We spraken over de kapitalistische aanslag op de stad en over Johan Derksen. We vroegen ons af hoe het met de wereld goed zou komen als we het onderwijs zo elitair maken dat alleen rijke ouders hun kinderen goed onderwijs kunnen bieden. We zeiden gedag met koude bezorgdheid in ons hoofd. In de Buurvrouw danste ik daarna nog even in mijn eentje op Michael Jackson, Living off the wall. Het was lekker, maar ik voelde me geïsoleerd. Het was niet mogelijk contact te krijgen met de dame rond wie drie mannen dansten of met hen. Een queen bee en haar darren. Op de fiets sprak ik me moed in. Er waren ook genoeg positieve dingen die ik in de wereld zag. Er was hoop. Er was een mogelijkheid al zou deze van onderop moeten komen. Het was koud. Kouder dan nodig in deze tijd van het jaar. Kouder dan je mag verwachten van Global Warming. Het voelde vreemd om weer in het eigen bed te stappen, al had ik bijna geen herinnering aan de nacht die ik buitenshuis doorbracht.

*

De onofficiële Depeche Mode week is nog steeds aan de gang, al heb ik het gevoel lang niet zo grondig naar ze te kunnen luisteren als de vorige week met The Cure. Teveel afleiding. In ieder geval kan ik concluderen dat ze een enigszins onevenwichtig oeuvre hebben. Soms gaan ze een album of twee te lang door op een soort formule. Dan lijkt het alsof ze vastzitten in een opvatting. Van de cd’s die ik nog niet eerder had gehoord is Playing the angel toch wel de beste, maar liever plaats ik hier een clipje van een optreden dat mijn vriendin deze ochtend op mijn tijdlijn plaatste. Misschien moet ik in het live-werk hun echte kracht zoeken.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten