vrijdag 4 december 2015

De maneschijn in 't bos



- over liberale baronnen en de spirit of the sixties

Elke keer als ik Ruttes kop voorbij zie komen of weer naar zijn opportunistische zalvende woorden moet luisteren, mis ik toch wel een beetje dat stukje beschaving waar politici als Van Rompuy zich schuldig aan maken en Constantijn Huygens beroemd mee werd: gevoel voor poëzie. De enige dichter die er nu in het Nederlandse parlement huist is Wilders en die heeft teveel meth gesnoven, denk ik. Hij is in ieder geval geen Driek van Wissen.

Anton Pieck - Het groene monster
Ik moest aan onze kleurloze blagen in de politiek denken toen ik zomaar per ongeluk stuitte op het gedicht ‘De maneschijn in 't bos’ van baron B. W. A. E. Sloet tot Oldhuis. Goed, om eerlijk te zijn was politiek niet het eerste waar ik aan dacht. Het gedicht trok namelijk de aandacht doordat ik het gevoel kreeg in een lsd-trip te zijn belandt, maar dan in negentiende-eeuws Nederlands. Is het dan zo gek dat ik even ga kijken wie er achter zulke mooie beelden zit?


De heer Sloet tot Oldhuis blijkt een liberaal te zijn, in die tijd ook wel Thorbeckiaan genoemd, en was onder andere voorstander van meer vrijhandel en een vermindering van de belastingen. Een waardig voorganger van onze edele premier, lijkt mij. Geboren in 1807 en gestorven in 1884 heeft hij ook nog deelgenomen aan de Tiendaagse Veldtocht om de Belgische Opstand van 1831 te onderdrukken. Zonder twijfel zal hij in zijn tijd als een eerbiedwaardig man en held zijn geëerd. Aan nationalistische gevoelens was er toen geen gebrek.



de maneschijn in ‘t bos

Daar buiten, waar de herder 't vee
Reeds naar de stal geleidt,
Is aan het effen luchtgewelf
Een grauwend kleed verspreid,
Dat alles, wat het land mocht tooien,
Omwikkelt in zijn brede plooien.

En boven trilt op 't bevend blad
Nog 't stervend avondgoud,
Maar 't rijzend maantje strooit zijn glans
Met handenvol door 't hout,
Dat ons de paden, droef en donker,
Beschildert met zijn lichtgeflonker.

Neen! 't Is geen dwarlende avondwind,
Die door de blaadren streeft,
Waardoor, met teder licht bespat,
En tak en lover beeft;
Gewis! 't zijn wreemlende Elvenscharen,
Die door het dicht geboomte waren.

Zij hipplen, tripplen op en neer,
En schommlen in het blad;
Zij dalen langs de stammen af
En dartlen op mijn pad,
Als of ze in mengeling van lichten,
Hun dartle rondedans verrichten.

Ik dool in een betoverd bos,
Waar een onzichtbre hand
Figuren in verscheiden vorm
Schetst op de loverwand;
'k Zie vooglen door de blaadren dwalen,
Hun vederdos van zilver stralen.

Ver achter gindse donkre stam
Zie ik een hinde staan;
Daar schrikt me een zilverblanke slang,
Die schuifelt op mijn paân;
Er zucht een koeltje om mij henen,
En alle vormen zijn uit énen.

Maar eensklaps straalt het weer in 't bos
Op ieder blad en tak,
Als dwaalden duizend sterren neer
Van 't hoge hemelvlak;
'k Sta in een tempel vol van glanzen,
Die aan de donkre wanden dansen.

Zou hier in 't bos 't betoverd slot
Der schone slaapster zijn,
Er sluimrend op het mollig dons
En kussens van satijn,
Daar honderd luchters om haar blaken,
Tot dat zij blijde zal ontwaken?

Kom, nadere ik met zachte tred,
En wat mij 't toeval biedt,
Het kalme schoon der frisse maagd
In sluimering bespied!
Dat boezemrijzen en weer dalen
Stil op de maat van 't ademhalen!

Een zwarte wolk befloerst de maan;
Met ritselend geruis
Stort ijlings het gebouw in één
Met gevelspits en kruis,
En heel 't begoochlend lichtgetover,
Is in zijn wondre flikkring over.

Zo te lezen in ‘Spiegel van de Nederlandse poëzie 1100 -1900’, samengesteld door Victor E. van Vriesland, vierde druk 1965 (eerste druk in 1939). In Van Vriesland zie ik een eerdere Gerrit Komrij, aangezien ook hij de moeite heeft genomen al die historische gedichten door te werken om er een prikkelende samenstelling van te maken. De vraag van onze tijd is eigenlijk welke dichter zijn eigen werk op een laag pitje durft te zetten om ook met zoveel diepgang een overzicht te scheppen.

In strofe drie gaat Sloet tot Oldhuis helemaal los met zijn ‘Gewis! 't zijn wreemlende Elvenscharen’ en ik had die vreemde ervaring zo bekend bij ervaren gebruikers van psychedelisch drugs, maar ook bij reizigers en minnaars van kunst. Hoe je van bekend terrein opeens in het onverwachte valt. Eerst wordt je opgewarmd met vertrouwde beelden van vee, bevend blad en avondwind om vervolgens in Alice in Wonderland te vallen.

Ik moest onmiddellijk denken aan ‘Heksensabbath’ van Boudewijn de Groot. Daarin wordt ook het middeleeuwse sprookjesleven tot leven gebracht alsof het echt heeft bestaan. Sprookjes die meer verwantschap hebben met de oude Noorse mythen en sagen en minder met Walt Disney. Een wereld gespeend van game-of-thrones-heldhaftigheid maar gedoopt in verwondering en een diep respect en angst voor het onbekende van de grootse natuur. Ook ‘Het land van Maas en Waal’ refereert daaraan, net als ‘Meester Prikkebeen’. De wereld als hippie verkennend graaide De Groot met veel plezier in de ruif van nationale en Europese sagen.


Een ander stuk muziek waar ik aan moest denken vertelt een eigen mythe: ‘Creation’, van The Incredible String Band en hun album Changing Horses uit 1969. Hierin wordt de creatie van het universum op een heel persoonlijke manier verteld, maar de beelden die erin worden opgeroepen klinken door in het gedicht van Sloet tot Oldhuis. De wereld van de jaren zestig en gedeeltelijk zeventig was gedoopt in het vuur van de verbeelding, een poging om iets van de magische wereld  op te roepen die dankzij industrialisatie en modernisering volkomen verloren leek te gaan. Mannen droegen weer baarden omdat ze eenmaal zo groeiden, niet als fashionistisch statement. Ze gebruikten beelden en ideeën die ook Sloet tot Oldhuis als inspirerend ervoer, in een tijd die zich in zijn tijd waarschijnlijk net zo bedreigd voelde door de wetenschap en technologie als de hele twintigste eeuw.


 

Nou blijft natuurlijk de vraag waarom zo’n eerbiedwaardig man ongestraft kon fabuleren in prachtige natuurgedichten zonder dat het zijn status aantastte. Het is moeilijk voor te stellen dat Dijsselbloem een haiku zou schrijven over zijn aanvaringen met Varoufakis of dat Hennis een ode aan de Eurofighter zou schrijven (en declameren!). Ik neem aan dat het oude adagium van Joseph Maistre, Ieder volk heeft de regering die het verdient’, nog steeds opgaat.


 Wat moderne psychedelica van de band
Oilivia Tremor Control uit 1996,
Dusk at Cubist Castle

Geen opmerkingen:

Een reactie posten