zaterdag 19 december 2015

Man van voorheen

-everytime Lemmy curses an angel dies


Het kan zijn dat je Lemmy Kilmister van Motörhead niet kent, maar als je hem ooit hebt zien optreden, zoals ik bij The Young Ones, dan vergeet je dat niet. Als een natuurramp komt hij het blikveld binnen. Zijn band had een grote hit met Ace of Spades. Die staat vast ook dit jaar in de Top 1000, al vermoed ik dat menig gezapige vijftiger de radio een tandje zachter zal draaien. Vol energie en kracht zuigt het nummer alle aandacht op. Zeker geen muzak. Motörhead draait om hard, harder en hardst. Dan liever nog een stukje harder. Met zijn microfoon altijd te hoog, zo dat hij ernaar moet bijten, lijkt het eerder of hij zijn teksten naar God grauwt dan naar het uitzinnige publiek voor zijn voeten. Ik heb eenmaal een concert live meegemaakt en het was alsof ik naar de jaren zeventig werd getransporteerd.



Lemmy is alles waar mannen in rock zo’n plezier aan hebben. Hij drinkt teveel, gebruikt allerlei drugs (meth, dat spul van Breaking Bad, is zijn favoriet), neukt met alle vrouwen, verzamelt Nazi-memorabilia en is in het algemeen wat veel als ‘cool’ beschouwen. Niet op een jamesbond-manier natuurlijk. Lemmy lijkt nog het meest op wat mannen graag als ‘echte man’ zien: iemand die tegen de klippen op zijn wil blijft nastreven, stoer en ongenaakbaar. Een man die in de Illias op het slagveld zou staan, of die een bende huurlingen tegen Alva zou leiden. Een man die op een vliegtuig springt om de schurk te ontmannen of in dat vliegtuig zit om met gevaar voor eigen leven wapens aan de rebellen te leveren. Een man als Han Solo of Davy Crockett. Een man als, nou ja, mijn vader is ook graag zo’n man.



Net als de winter is dit het soort ideaal van de man dat in de westerse landen snel aan het uitsterven is. Je ziet hem stuntelen in Californication, wanneer Duchovny zich weer verslikt in een mooie brunette. Je ziet hem falen op de bank van de Bundy’s met hand in de broek en afstandsbediening als laserpistool in de andere. Je ziet het in de straat waar de baard zo vrouwelijk is geworden dat elke herinnering aan de ruige avonturier, de Hemingway, de Marlboro-man, totaal is verdwenen. Je ziet het aan het klagen over elk wissewasje waar je vroeger over werd uitgelachen. Een echte man moest namelijk zijn lijden dragen zonder te zeuren.


Van hun laatste cd dit jaar: Till the end.

Ik denk dat er meer achter die façade van stoere rocker zit en dat we daar op een dag achter zullen komen. Maar Lemmy is de soort man die het nodig vindt, die zich ertoe verplicht voelt, die er plezier in schept, om een masker op te houden, of hij nou rust of rent. Hij verwerkelijkt een bepaalde droom van mannelijkheid en spint daar ook nog financieel garen bij. Al is hij nooit echt commercieel geworden. Dat gaat ook niet met zo’n wrat en zulke muttonchops (de bakkebaarden). Dat hapt niet lekker weg in de mainstream. Toen niet en nu nog minder. Maar ik denk wel dat hij een van de laatsten is die dit soort mannelijkheid durft te tonen. In zijn tijd was het al een toneelstukje, maar het had een echte ondergrond. De oorlog was kort geleden (Lemmy is van 1945, drie jaar jonger dan mede-badboy Keith Richards). Het idee van een stoere mannelijke held leefde toen nog. Nu is het alweer even de tijd van de gevoelige empathische man.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten