donderdag 22 oktober 2015

Vluchten naar de sterren

- Wensen op een ster met Rose Royce

Soms roept een nummer zo’n eindeloze reeks aan associaties op dat je net zo goed niet kan beginnen. Het is iets teveel alsof ik naar Prousts madeleine heb zitten luisteren. ‘Wishing On a Star’ is een ware oorwurm en roept altijd van alles bij me op, al hoor ik het alleen zo nu en dan op de radio. Dit keer was het waarschijnlijk de wekker, op RTV-NH. De ijle stem van de zangeres, die overigens niet zelf Rose Royce heet, maar Gwen Dickey, brengt me meestal in een mijmerende toestand. Iets tussen hoog willen grijpen en laveloos verliefd worden op een willekeurige voorbijganger. Dan denk ik: echte jaren tachtig muziek. Maar het komt dus uit 1978. Jemig, ik word oud.



Er is niks diepzinnigs aan het nummer. Vrouw zit voor het raam, denk ik dan, staart naar buiten, pinkt een traantje weg en wenst dat zij en haar geliefde weer samen zullen zijn. Wensen op een ster is een andere manier om te zeggen dat je iets onmogelijks wilt. Wel heel geraffineerd hoe subtiel ze in de tekst de schuld bij haarzelf legt:

Just think of all the moments that we spent
I just can't let you go, for me you were meant
And I didn't mean to hurt you, but I know
That in the game of lovin', you reap what you sow

Ik hou daar wel van. Waar ik ook van hou zijn onbekendeobjecten in de hemel. Iets dekte een ster af en niemand wist wat het was. Zo verward waren de wetenschappers dat ze werkelijk even het woord alien in de mond namen. Een grote fout, moet je weten, want op het moment dat er al werd gesproken over ‘onbekend object in de hemel’, kon je het horen ratelen. ‘Zeg het maar, meneer de wetenschapper, ontken dat het aliens zijn en wij zullen toch het internet laten broeien van achterdocht!’ Kan je nagaan wat er gebeurt als de wetenschapper zich laat ontvallen dat het misschien een buitenaardse beschaving kan zijn. Je moet tenslotte elke mogelijkheid onderzoeken. Nou is het een beetje zoals Sherlock Holmes adagium:

‘You will not apply my precept,’ he said, shaking his head. ‘How often have I said to you that when you have eliminated the impossible, whatever remains, however improbable, must be the truth? We know that he did not come through the door, the window, or the chimney. We also know that he could not have been concealed in the room, as there is no concealment possible. When, then, did he come?’

Het wordt meestal geïnterpreteerd als dat het onmogelijke dus waar moet zijn, maar men vergeet nogal eens dat je eerst alle andere mogelijkheden moet uitsluiten.

In ieder geval, zoals dat gaat, slaat de verbeelding op hol. Alsof het niet al moeilijk genoeg is met die Syrische vluchtelingen, gaan mensen zich druk maken over een buitenaardse beschaving die vijandig kan zijn. Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten, toch? Of er aliens bestaan of niet weet ik niet. We weten ongeveer hoe groot het universum is en het zou akelig zijn als blijkt dat op aarde het enige intelligente leven leeft. Gezien de menselijke neiging tot wreedheid en onverschilligheid vinden sommige mensen die gedachte heel deprimerend. Ik behoor niet tot die laatste groep en zie wel degelijk ook onze capaciteit voor schoonheid en compassie, maar voor mij gaat het hier ook om iets anders. Want stel je voor als bekend wordt dat er werkelijk een buitenaardse beschaving bestaat. Dat zou subiet een eind maken aan de illusie dat er verschillende mensensoorten zijn. Iedereen die dat nog volhield zou gezien worden voor wat deze is: misleid, misdadig, verward of dom.




Voor het geval dat de aliens toch vijandig zijn
is het maar goed dat we hebben kunnen oefen

Zolang die aliens er niet zijn moeten we onze problemen maar zelf oplossen. Ondanks wat we regelmatig op tv zien heb ik goede hoop. We zijn al ver gekomen. Vierhonderd jaar geleden beschouwden een Duitser en een Fransman zich nauwelijks als behorende tot hetzelfde mensenras. Ik heb hoop voor de toekomst. I’m wishing on a star, maar ik denk niet dat het een onmogelijk te vervullen wens is.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten