donderdag 13 augustus 2015

De Pan in ons

Als ik ooit zou geloven zou dat vast niet zijn in maar één God. Liever in een hele verzameling. Allemaal vertegenwoordigers van een wereld die op het eerste gezicht uit één lijkt gehouwen, maar zich verraadt als in stukken. Het is niet dat die wereld ooit heel was en brak, zoals het verhaal van Adam & Eva suggereert. Het is niet dat kennis maakt dat we de hemelse samenhang niet meer herkennen. Die appel zorgde er alleen voor dat we buiten onze vooropgezette overtuigingen treden en zien dat ons universum wordt geregeerd door meerdere machten, waaronder zwaartekracht, lichtsnelheid, entropie, etc.


Adam en Eva in het waardevolle paradijs
Peter Paul Rubens 1615


Het aanbidden van zwaartekracht & co is natuurlijk ondoenlijk. Ze zullen je gebeden niet aanhoren. De goden in onszelf luisteren een stuk makkelijker. Ook wij blijken niet uit één stuk. Onze geest is een product van het lichaam. Het is een samenwerking tussen allerlei delen. Je ziet dat het best bij het wakker worden op een vrije dag na een ongestoorde slaap vol dromen, mocht je dromen. Als je de tijd hebt om rustig op te staan merk je dat niet alle zintuigen en denkroutines kant en klaar zijn. Ze moeten langzaam ontwaken om dezelfde helderheid te verschaffen als je de dag ervoor had. Als op een Tetris-scherm vallen de blokjes in elkaar om op het einde van de ochtend onzichtbaar te worden, maar je puntental is tenminste weer hoog.


Een tijdje dacht ik vooral de Noorse goden bijzonder te vinden. Hun verhalen spraken me nog het meest aan. Bedrog en overspel, knokpartijen en nog meer. Een soort soap in de wolken. De meeste Nederlandse dagen zijn naar Viking-goden vernoemd. Vrijdag is Friggsdag, woensdag van Wodan, donderdag van Donar en dinsdag van Tyr. Tegenwoordig voel ik me meer aangetrokken door het Griekse pantheon. Er zijn meerdere en uitgebreidere verhalen van bekend. Ze trekken diepe sporen in onze taal, zoals joviaal van Jupiter en hermetisch van Hermes. De verhalen zijn sinds de renaissance prominent in de beeldende kunst en de letteren. Neem bijvoorbeeld Ulysses van James Joyce, Bacchus van Eddie Campbell en Omeros van Derek Walcott.


Bacchus - Eddie Campbell

Elk van deze goden had een eigen terrein om te bestieren en als wij mensen hun aandacht nodig hadden, of het was om iets van ze te krijgen of dat het was om ze ergens van te weerhouden, offerden wij een dier en baden tot hen. De goden kregen het fijnste stukje vlees, maar de rest aten wij zelf. Alle rituelen en offerandes in religie zijn Jedi Mind Tricks. Ze bevestigen een wereldbeeld en verdiepen de ervaring. Alleen tegen jezelf prevelen maakt geloven een erg solipsistische bezigheid, terwijl het juist om die gezamenlijkheid gaat.

Dat ik niet geloof in God of goden mag duidelijk zijn, maar waarom ik er toch mee bezig ben is misschien een vraag voor de lezer. Laten we de wereld bekijken als zeker twee niveaus van bestaan. Dat wat er in je hoofd gebeurt en dat wat er buiten je om gebeurt. De wetenschap en logica is natuurlijk prachtig om die wereld buiten je te beschrijven. Wat er in je eigen hoofd mens gebeurt is voornamelijk verhaal, aangespoord door je hormonen en andere stofjes. Maar van dat laatste zijn wij ons nauwelijks bewust. Het gaat om dat verhaal wat we onszelf vertellen over wie we zijn, over het waarom van de dingen die we doen. Daar biedt de wetenschap en redelijkheid maar een klein deel van een antwoord op. Die hormonen en andere stofjes beïnvloeden ons lang niet altijd erg verstandig. Verhalen, of het romans, films, strips of mythes zijn helpen met het versterken en stabiliseren van het verhaal dat we onszelf vertellen.

Het gênante is dat ook de monotheïstisch godsdiensten weinig verhaal hebben te bieden als het gaat om nauwelijks controleerbare neigingen en behoeftes. Ja, al het kwaad kom van de duivel of is op ons pad gelegd door God als een test. Maar echt eerlijk is dat niet tegen onszelf. Onze natuur is veel sterker en onze geest wordt er maar al te vaak door gebonden, gebogen en gebroken. Zelfs de neiging van iemand om geheel zuiver te leven zal zich op den duur in een soort tegendeel keren. Dan wordt het een dweper, een zielenpoot of een fanaticus. De donkere god in ons krijgt geen stem in moderne godsdiensten, maar wel in die van vroeger, in het hindoeïsme, de Olympische of de Asgardiaanse.

Het nummer ‘The Pan Within’ van The Waterboys gaat over dat onbedwingbare, dat redeloze, dat wat ons leven kan verstoren en besturen. Als je drugs gebruikt raak je vaak in direct contact met die innerlijke goden. De verdwazing, de extase, het gekke en groteske. De liederlijke Pan nodigt ons uit te dansen op de zoete tonen van zijn panfluit, maar als hij het op zijn behaarde heupen krijgt dansen wij onze kop van het lijf en drinken de oceaan van het leven leeg. Natuurlijk, mocht ik ooit gelovig worden en een vorm van pantheïsme aanhangen, dan moeten er wel een paar extra goden bij. Jezus als de god van de compassie. Einstein als die van de wetenschap. Edward Snowden als die van internetvrijheid, al mag hij dan assistent zijn van Hermes die toch al over de post gaat.


Het is een mooie romantische notie, maar er zijn geen goden meer, sterker nog, ze hebben nooit bestaan. Wat is God of het meervoudige daarvan anders dan verbeelding geprojecteerd op de wereld om ons en in ons? Is die verbeelding niet voor denkende en voelende wezens net zo belangrijk als die werkelijkheid zelf? Dat is waar die goden nog steeds bestaan: in ons wereldbeeld, in onze hoop en aspiraties. Of het nou Jahweh, Allah of Odin is, allen vertegenwoordigen ze dat waar we geen grip op hebben. Het enige wat we ons misschien vaker mogen voorhouden is dat onze verbeelding stopt waar die van de ander begint.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten