maandag 17 augustus 2015

De moeder en de zoon

- de treurwilg Karel van der Woestijne

Onlangs las ik een gedicht van treurwilg Karel van der Woestijne en werd daar rechtaan door getroffen. Nou liggen zijn woorden me verrassend vaak goed. Ze rollen van een tong die aan Lucebert doet denken. Zeer lyrisch en eigenlijk heel uitbundig, al zingt hij bijna altijd in de mineur. Begrijp me goed, ik spreek over een dichter hier als een zanger. Niet dat steelse proberen eigenlijk proza te zijn of het gekste zinnetje van allemaal te schrijven waar de huidige generatie dichters graag het patent op heeft, maar volbloedige de tragische bard uithangen waar de tachtigers zo’n handje van hadden. Natuurlijk komt hij ook uit die tijd en hadden Kloos, Perk en hij tegenwoordig een lekker Gothic-bandje kunnen maken, dus is het hem gegund. Maar huil niet te vroeg. Het laatste gedicht wat ik van hem las, ‘Thanatos en de vreemdeling’, bestond uit een eindeloos lange litanie van treuren over wat er mis ging in het leven van genoemde vreemdeling om te eindigen met een montere ‘doe niet zo mal!’ van Thanatos. Die laatste is overigens de dood, voor iedereen die dit nog niet wist.

Het gedicht wat ik gaarne toon is De moeder en de zoon. De verstoorde relatie van de twee doet niet zozeer aan mijn eigen verhouding tot mijn moeder denken, al zijn er zeker duistere ondergronden in elke relatie, maar het raakt me toch. Ook in de popmuziek zijn er treffende liedjes over een verstoorde moeder-zoon relatie geschreven. John Lennon en Genesis vallen me dan te binnen. Maar liever de gebaande paden uit de weg gaand voeg ik dit liedje van The Police toe. Geschreven en gezongen door hun gitarist Andy Summers, van hun lp Synchonicity. Tussen al dat schitterende van Sting dat hun oeuvre herbergt, met zijn sarcasme, zijn hoop, wanhoop en zijn woede, valt dit nummer nogal uit de toon. Door zijn totale overgave aan iets wat na aan de waanzin is geeft dit nummer Synchronicity pit. Zeker de tweede zijde wordt zo nu en dan te zoetsappig. Every breathe you take... MOTHER.



De moeder en de zoon

De moeder
      Ik draag u aan mijn hart, al ben ik jàren-zwaar.
      Voelt ge mijn adem als een vlamken op uw haar? …
De zoon
      Ach, zwijg: ge zijt een vrouw langs lege levens-straten …
De moeder
      Hoe, heb ik niet mijn zoen op uw gelaat gelaten?
De zoon
      Uw zoen is op mijn mond gelijk mijn tranen: zout …
De moeder
      Mijn zoon, mijn zoon; ik ben voor u als duister goud
      Ziet ge mij niet, om u zo troostloos-droef te wanen?
De zoon
      Mijn moeder, 'k zie u vreemd in 't licht van mijn tranen …
De moeder
      Bemint ge mij dan niet, mijn kind? … Zie hoe ge leeft
      in iedren tragen traan die in mijn ogen beeft.
      Ziet ge niet heel uw leve' in mijn grijze ogen leven?
De zoon
      Neen, arme moeder …
De moeder
                            Noch uw wonder-dolste daën
      die vrédig als een herfst over mijn lippen gaan,
      mijn zoon?
De zoon
                   Ik heb mijn wil een hàrder beeld gegeven;
      een àndre vrouw leeft voor mijne onsterfelijkheid …
      Des ben ik droef, o vrouw die mijne moeder zijt.
     Kàn ik nog de' uwen zijn?
De moeder
                                    Helaas, de schone dagen
      om uwe liefde en vreugde in deemoed stil gedragen; …
      – en thans, in uwe aanwezigheid, zo gans alléen …
      Ziet ge niet dat ik ween?
De zoon
                                      … Ziet ge niet dat ik ween?


Dan is er natuurlijk ook nog de prachtige roman van Gerard Reve genaamd Moeder en zoon, waar hij verhaalt over zijn bekering tot het Roomse geloof. De moeder hier is natuurlijk de kerk. Zou er bij Van de Woestijne ook sprake zijn van zulk een betekenis? In het nummer van Andy Summers is er in ieder geval geen sprake dubbelzinnigheid. Toch verveelt het geen moment.


Zelfportret door den dichter

Geen opmerkingen:

Een reactie posten