vrijdag 15 mei 2015

Sintel – baby en het badwater (2)


Binnen niet al te lange tijd zal Nederland worden verrijkt met een nieuw literair tijdschrift: Sintel. Over de inhoud wil ik nog niet zoveel kwijt, maar wel over de beweegredenen. U kent het wel, die bekende klacht: weer een tijdschrift, en voor wie dan en waarom toch? Op papier ook nog? Juist, de vorige keer had ik het over waarom papier en niet digitaal. Dan nu over het waarom van een tijdschrift.

Heel lang geleden, toen ik nog maar net uit de luiers kwam, besloten een vriend en ik een tijdschrift op te zetten. Nou ja, ik was degene die ermee kwam en hij stemde aarzelend in. Waarschijnlijk had hij een benul van wat voor drukte dat zou opleveren. Vandaar die aarzeling, maar waarom toch instemmen? Misschien had hij ook een benul van het plezier en, durf ik het te zeggen, het nut van zoiets. Want, ja, ik zou toch geen Nederlander zijn als ik nut ende vermaak niet aan elkaar wilde binden? Was het Cats? Vadertje Cats is nooit ver van onze gedachten. Oké, hij schreef ‘leering’ en niet ‘nut’, maar dat zijn details.

Het mooie van onze positie toen was dat we eigenlijk niemand in ons vakgebied kenden. Het zou een stripblad worden omdat we zelf strips maakten. Als gevolg hiervan volgde er een speurtocht naar talent om het blad te vullen. In stripwinkels andere amateurtijdschriften doorbladeren, op school vragen, waar dan ook. Zo leerden we in vrij snelle tijd een hoop mensen kennen die net als wij van strips hielden. Het leuke is dat je zo een soort van genootschap creëert. We hadden polemieken met twee andere amateurtijdschriften, stalen tekenaars van hun, er werden er van ons gestolen, we probeerden uit te vogelen wat wij nou een goede strip vonden en wat een goed tijdschrift. Van geïsoleerde pubers werden we plotseling onderdeel van een heel los-vast gezelschap.

Dat is één kant van een tijdschrift: de groep, de communie, het samen iets maken, al is ieder een eigen kunstenaar die deelneemt onder eigen voorwaarden. Op die manier kunnen lezers zich ook aansluiten. Ze gaan dan voor die ene kunstenaar die in het tijdschrift iets extra's doet en bezien de andere deelnemers als bijvangst. Of ze gaan voor al die verschillende ideeën en meningen die onder één dak worden gevangen. Maar wacht, in het voorbijgaan noem ik nog iets specifiek interessants voor een tijdschrift: er is plaats voor experiment! Kunstenaars, en daarmee bedoel ik iedereen die serieus investeert in zijn of haar creatieve talenten, vinden in het tijdschrift een platform om iets anders te doen dan op andere plekken.

Natuurlijk kan een schrijver veel kwijt in een roman, of een dichter in zijn cyclus, maar dat ene gedicht wat er buiten valt en toch briljant is, of dat grapje met die nieuwe vorm, een toneelstuk bijvoorbeeld wat nooit hoeft te worden opgevoerd, dat kan in een tijdschrift wel, terwijl andere media er minder ruimte voor geven. Dan zijn er nog de opiniestukken die tegenwoordig columns worden genoemd, maar vroeger vaak essays heetten, hoeveel plek is daar ergens anders voor? Ja, in een blog, maar een blog is altijd beperkt in omvang. En wat denk je van de korte afstand tussen schrijver en redacteur? Je kan veel makkelijker feedback krijgen, wat juist voor beginnende schrijvers heel interessant kan zijn.

Goed, dat zijn allemaal leuke redenen voor een tijdschrift, maar waarom toch niet alles op internet? Er zijn tenslotte ook grote voordelen aan, ook al heb ik de nadelen vorige keer besproken. Zou het misschien iets met ‘omvang’ te maken kunnen hebben? Daarover volgende keer meer op Sintel, blogspot.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten