donderdag 23 april 2015

Roestvrij staal

Zo nu en dan moet ik in de plaatselijke ijzerwinkel zijn. Dingetjes in het huis, je kent het wel, er moet aan worden gewerkt. Ook als ik bepaalde materialen nodig heb voor mijn schilderijen. Ja, zo nu en dan ben ik een man die echt met zijn handen werkt. Daar ben ik blij om. Handwerk scherpt het oog, zullen we maar zeggen.

Mijn ijzerwinkel is nog niet zo lang geleden de helft kleiner geworden wegens stijgende onkosten in de huur en, neem ik aan, lagere inkomsten uit de verkoop. Ze merken zo nu en dan de aanwezigheid van de Praxis niet zo ver van hier. Aan de ene kant is het jammer dat ze kleiner zijn, maar met de inventiviteit en handigheid van zulke mensen hebben ze het zo gemaakt dat je dit niet eens merkt. Het is nog net niet de Tardis van Doctor Who, maar binnen lijkt in ieder geval wel groter.

Meestal als ik daar kom is het druk van de aanhangige lui. Ik weet niet wat ze er doen, maar er zitten altijd een paar oude knarren in morsige kleding, ongeschoren, vermoeid uit de ogen kijkend. Ze hebben duidelijk een stapje in de maatschappij gemist. Ik heb niet door dat ze er nu niet zitten en moet even wachten op een andere gast, een net geklede man met donkere krulletjes die een beetje onduidelijk over de toonbank kijkt. Ik weet niet of hij en de eigenaar oogcontact maken.

Hij wil schroefjes hebben, liefst koper of misschien messing, iets dat tegen roest kan. Iets van een dashboard van zijn auto dat vast moet worden gemaakt. De schroefjes moeten ook stevig zijn. Volgens de eigenaar zijn koper en messing eigenlijk wat zacht. Misschien niet wat de man zoekt. Hij raad roestvrij stalen schroeven aan.
            ‘Kunnen die wel tegen roest,’ vraagt de man. Ik zie de eigenaar geen spier vertrekken, terwijl mijn ogen zo’n beetje hun kommetje uit lijken te rollen. Oké, dat is lastig tegelijk te doen, maar geloof me, het lukt mij. Een van mijn verborgen talenten, zullen we maar zeggen. Uiteindelijk gaat hij met de roestvrij stalen schroefjes weg. Waarschijnlijk had hij vroeger gegalvaniseerde schroeven, probeerde de eigenaar nog tegen mij, nadat ik hem lachend erover had aangesproken.

Ik reken mijn  pluggen af, ben bezig met het omhangen van een paar planken, de schrijfkamer is naar voor het balkon verplaatst, vandaar, en wil weglopen, als het me opeens te binnen schiet:
            ‘Hé, waar zijn al die gasten eigenlijk?’
            ‘Ik ben blij dat ze er niet zijn…’
            ‘Oh, zijn ze zo vervelend?’
            ‘Ik snap dat niet weet je, ik zou dat nooit doen, zo ergens bij een winkel gaan hangen alsof het een jeugdhonk is,’ Ik dus ook niet, beaam ik, ‘maar die ene is dus een vriend van … die hier altijd komt en die andere een vriend van die, die is werkeloos en die is leraar, geloof ik, en dan is er een gast die nog nooit in zijn leven heeft gewerkt en daar zo trots op is, weet je. We pesten hem er nogal mee. Ik snap het niet, wat ze hier doen. En dan beginnen ze over die illegalen tegen mij, snap je, dan zeggen ze, kijk, ben je uitgeprocedeerd dan moet je gaan, dat is toch niet zo ingewikkeld? Je bent uitgeprocedeerd, dan moet je toch gaan? Dan moet je toch gaan? En dan pakken ze onze banen en onze huizen! Dat zegt ie dan zo tegen me en ik weet niet waarom weet je. Kijk, ik begrijp het wel, hoor ik snap het ook wel, maar ik ken ook een vrouw die helemaal uit Pakistan hier is gekomen, via Zweden. Wat een reis, zeg. Woont hier verderop in een schattig huisje. Ik ben nog met haar naar Polen geweest. Zo’n lieverd, weet je. Nee, ik ben blij dat die gasten even weg zijn, dan ken ik aan mijn rekeningen werken.’

Toen ik wegliep duizelde het me van al de indrukken en gedachten. De zon scheen, ja, dat wel en ik zou van de mooie dag moeten genieten, maar om de een of andere reden voelde ik een ongemakkelijke haast. Kijk, dat is waarom ik liever niet zomaar met iedereen aan de praat raak, dacht ik even, maar had onmiddellijk spijt van die gedachte.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten