vrijdag 3 april 2015

Ontspoorde zin



Laatst kwam ik die zwerver weer tegen, je weet wel, die op de hoek bij de supermarkt, die nooit om geld vraagt en niets anders doet dan een beetje aan zijn tenen frunniken. Die dus. En hij riep me toe: Zo, Ozymantra, waar ben jij tegenwoordig mee bezig? Natuurlijk was ik weer eens gehaast. Wie is dat niet, weet je. Dan ren je door zo’n supermarkt van schap naar schap, het mandje vullend tot je het ding bijna niet meer kan dragen, binnensmonds vloekend ‘waarom neem je dan ook geen wagentje’, terwijl je het antwoord ook wel weet: alleen oudjes nemen winkelwagentjes. Of stelletjes. Volgens mij ontspoorde die zin ergens. Het gebeurt wel eens, ook in het echte leven, dat je aan het praten bent en zonder het door te hebben glipt je zin over in een andere. De zin verandert van betekenis en heeft zodoende geen zin meer. Dat gebeurt meestal als je door iets wordt afgeleid. Iemand peutert overdreven in haar neus, een aantrekkelijk persoon passeert, een dure auto rijdt bijna tegen een voetganger, drie nonnen besluiten tegelijk een scheet te laten. Niet zo’n stille, maar een harde die hun jurk doet opwaaien. Wacht, dat noem je toch geen jurk? Een habijt?


Obligaat leuk nummer om tijdens het lezen af te spelen

Ik kwam de supermarkt uitgerend met overvolle tas, zeker genoeg om een dag of wat van te leven. Eten, weet je wel, dat kost geld, zeker als je een beetje vers wilt eten. Een beetje gezond. Niet alles uit plastic, niet alles uit potjes. Echt, soms is het vreselijk om te moeten winkelen. Zo’n beetje niks is geschikt. Soms verlang ik ernaar dat we weer in de Steentijd leven, want toen was er minder keuze en alles wat er was is dan ook gezond. Dat denk ik dan. Ik weet ook wel dat het onzin is, maar goed. Ik denk zoveel onzinnige dingen. Ik bedoel, laatst vroeg ik me af waarom schroefdraad naar rechts draait en niet naar links. Geloof me, dat doet het. Je kan toch net zo goed de andere kant opdraaien? Als ik de schroef eruit wil dan lukt het ook wel. Dat soort dingen. Waarom heten boterhammen boterhammen? Waarom lacht de minister-president zoveel en zo overdreven? Als Gordon door aliens wordt ontvoerd wie zal zijn plek in de Privé bezetten?

Dan vraagt zo’n zwerver mij naar de zin van mijn leven en ook al wil ik doorrennen, we kennen elkaar ondertussen wel zo, toch moest ik pas op de plaats maken. Want zulke vragen hoor je niet vaak. Zeker niet op straat van een zwerver. Al is het zo’n aardige gast, ik geef hem nooit een cent. Dat zou toch niks helpen, denk ik dan. Je geeft hem geld, hij koopt drank of iets anders en de volgende dag zit hij er weer, krabbend aan zijn anus, vet op zijn neus. Dat is nog het ergste, denk ik, die vuiligheid. Zijn er geen plekken waar zulke lui zich kunnen wassen? Ik bedoel, vroeger zorgde de staat daar toch voor? Hebben we dan echt geen beleid meer? Laat maar, ik weet het antwoord ook niet. Het kan me ook niet zoveel schelen. Ik wilde eigenlijk doorrennen, want koken kostte tijd genoeg en dan even naar de sportschool squashen met een vriend en, weet je, ik had helemaal geen zin in om hier te gaan ouwehoeren met zo’n gast. Wat wil je nou, vroeg ik hem.
            ‘Hey, rustig, makker, ik vroeg me alleen af wat jij nou van dat Duitse vliegtuig vindt.’
            ‘Joh, allemaal vreselijk, echt, maar ik kijk al tijden niet meer naar journaals of nieuwsprogramma’s en heb echt geen mening. Wat moet ik hier nou weer van vinden?’
            ‘Misschien vind je het allemaal heel erg en ook voor de familie van de piloot en zo.’
            ‘Man, ik probeer alleen maar op tijd klaar te zijn met eten om te sporten. Mijn leven is al een heisa van zich.’
            ‘Goed joh, wat je wilt. Maarre, heb je misschien twintig cent voor me zodat ik een kopje koffie hier tegenover kan halen?’ Ik keek naar hier tegenover. De snackbar daar werd door Chinezen gerund. Hij had me en wist het. Ik zette de tas tussen m’n benen, met moeite het ding recht houdend en viste mijn portemonnee op.
            ‘En aan wie kan ik deze cheque uitschrijven?’
            ‘Je bent een grapjas, Ozy. Aan de plaatselijke afdeling van het leger des heils. We accepteren ook cash.’ Ik had alleen een handje kleingeld en een briefje van vijf. Hij mocht alles hebben.


 
Alweer wat jaartjes geleden
gemaakt schilderij, 40 x 65 cm
olieverf op doek

Geen opmerkingen:

Een reactie posten