vrijdag 30 januari 2015

Mensen zijn soms net dieren


Soms is het zo fris dat ik liever even binnenin het CS wacht op de tram. Al is het maar zeven minuten. Het is bij uitstek de plek om te worden afgeleid. Er stond een heel druk mager modieus gekleed meisje te kletsen met een vriendelijke jongen met baard. Ze praatte akelig nadrukkelijk met Amerikaans accent, maar ik was er niet zeker van dat ze ook werkelijk Amerikaans was. Dat doet me eraan denken. Ik werd er een jaar geleden plagerig van beschuldigd door een Nederlandse barvrouw en een andere klant dat mijn Engels niet accentloos genoeg was. Terwijl ik naar het meisje en de jongen keek, die blijkbaar op een derde stonden wachten, hoorde ik een luide klank alsof een meeuw in de haven gilde. Een meisje met waves in het donkere haar die blond uitpuntten en oranjerode dikke lippenstift riep waarschijnlijk “Gerrit”, maar het klonk ook als “Gerk” of  “erk”. Alsof ik in een veld stond en een vogel vloog schrikkerig op. Mensen zijn soms net dieren. Ik noteerde dit voorval en liep weer naar buiten om te zien of mijn tram er was. Gemist. In plaats van zeven werd het nu veertien minuten . Dan wordt wachten opeens weer heel saai.

Maar ik bleef binnen staan, nu strak met de ogen op buiten gericht. De eerste tram die aankwam was nummer 9 en onbedoeld dreinde het door me heen: number nine number nine number nine. Een van de eerste en meest beroemde geluidscollages uit de moderne popgeschiedenis. Beïnvloed door Stockhausen en, heb ik het vermoeden, de cutups van William Burroughs, maakte John Lennon dit muziekstuk waar ik vroeger dus echt niks mee aankon. Het dreint maar en zeurt maar, number nine, number nine, zonder ooit een liedje te worden. De andere versie, Revolution #1 kon mij gek genoeg ook niet boeien. Ik kende het al van het Blauwe Album, maar het leek me een stuk minder ‘revolutionair’ dan de meeste andere nummers. Toen ik vele jaren later op cassette The White Album kreeg ik op het eind zo’n lelijk geluid te horen waar geen joint tegen werkte. Als witte diaree stroomde het mijn oren in. Uiteindelijk blijkt het zo’n hypnotisch stuk dat elk nummer negen in mijn leven zo nu en dan aan Revolution #9 doet denken. Dit keer miste ik de tram niet.


Dan werd ik de volgende ochtend wakker met de gedachte dat wij mensen helaas zo’n diersoort zijn die conflicten oplossen met agressie. Daar kunnen we eigenlijk niks aan doen. We zijn geen bonobo’s die bij elk spoortje van spanning even copuleren. Dan zou onze wereld er toch anders uitzien. We kunnen ons geruststellen met de kennis dat de meeste dieren hun conflicten met agressie oplossen. Het is natuurlijk jammer dat dit gedrag zo diep verwerkt zit in onze taal en communicatie. Het blijft ironisch dat een absolute peacekikker als Lennon in zijn muziek uiteindelijk de meest agressieve was van The Beatles. Zijn moord kan ook als weinig anders worden gezien dan de wanhoopsdaad van iemand die gehoord wilde worden, al blijft onduidelijk wat Mark Chapman te zeggen had. Dat hij Catcher in the rye bij zich had wordt door veel mensen als betekenisvol gezien. Een boek met een interior monologue over dat de wereld van de volwassenen leugenachtig is. De jeugd spreekt met de stem van Holden Caulfield over het verlies van de onschuld. De moord op Lennon bevestigde dat gevoel van verlies van onschuld door een hele generatie. Ik kan me nog goed herinneren dat het op het nieuws was. In twee dagen zou ik tien worden. Ik kende de man niet, maar was treurig om de treurigheid van mensen om me heen en op televisie. Tijdens het lezen op wikipedia over zijn dood moest ik toch bijna even huilen.

Wij zijn maar gekke dieren. We communiceren met geweld en proberen met alle geweld daar afstand van te houden. Wij zijn ook lerende dieren. Zo gewelddadig als de wereld tegenwoordig in de ogen van veel mensen lijkt, zo vreedzaam zal hij in de ogen van onze voorouders zijn, mochten ze kunnen tijdreizen. Er zal altijd wel sprake zijn van een terugval. We zijn niet van steen gemaakt. We zijn dieren die heel dom kunnen worden van hormonen en andere stofjes. We zoeken daar een uitweg voor. Gewelddadige films, sport, wilde seks, extreme diëten, alles waar EXTREME voor staat . Dat soort dingen. We maken wetten om onze basale neigingen in te dammen en besluiten vervolgens dat ze te beknellend zijn. We willen graag een goed mens zijn zonder dat we dit afdwingen. Misschien kan dat, als we erg onze best doen, maar we zullen altijd dieren zijn die in eerste instantie conflicten met agressie proberen op te lossen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten