vrijdag 23 januari 2015

Ik haat het



Ik haat het om de redelijke stem te zijn, terwijl iedereen om mij heen op internet en tv huilt met de wolven, voor of tegen. Ik wilde eigenlijk nog een blog schrijven over het hele Hebdo-drama, maar werd ziek en miste het moment, denk ik. Is de aandacht niet alweer verplaatst? Er is geen tijd in deze wereld om ziek te worden. De volgende week kan alles waar iedereen voorheen woedend over elkaar buitelde alweer achterhaald zijn. Maakt het uit dat het moslims zijn die de moorden plegen? Wat is belangrijker in onze wereld, het wetboek of een heilig boek? Misdadigers moet je voor het gerecht slepen en opsluiten. Hun motieven doen er eigenlijk niets toe. Laat het niet over hun verhaal gaan, maar over die van ons.

Ik dacht dus, laten we wat luchtigs doen. Dat nummer wat op de radio is, ja, zo vroeg in de ochtend voor ik naar werk moet. Radio 10. Het enige moment op de dag dat ik naar radio luister. Dance Hall Days van Wang Chung. Dat was iets waar ik vroeger zo vrolijk van werd, al danste ik er niet op, maar als veertienjarige danst ik dan ook niet. Maar er is iets met dat nummer. Ik snapte het toen al niet. Wie brengt er in 1984 een liedje uit over een Dance Hall, iets wat toen al ouderwets aandeed? Wat moet je met zo’n regeltje als dit: And take your baby by the ears / And play upon her darkest fears. Juist, eh, lekker luchtig, hoor. Maar dit is wat ik in die dagen hoorde:
                                   We were so in phase in our dance hall days
                                   We were cool on craze
                                   When I, you and everyone, we knew
                                   Could believe, do and share in what was true


Al vraag ik me dus erg nederig af wat er met cool on craze (ik hoorde overigens altijd: we were cool on Christ) wordt bedoeld. Drugs? Mensen die gek doen? 1984 was niet zo’n geweldig jaar. Neuromancer kwam uit, maar er was ook een hoop drukte over dat andere boek. Je weet wel. Misschien verwijst dat nummer wel naar 1984?

Dus, nou ja, allemaal heel vervelend, die zogenaamde ‘clash of civilizations’, maar er is ook nog zoiets als de economie en opeens begon ik me op te winden over de gemakzuchtigheid waarmee sommige mensen hier, ook economen, Piketty afwimpelden. Het CBS schreef vorig jaar dat we er in Nederland geen last van hadden, van die ongelijkheid, dus hoefden we ons geen zorgen te maken. Ik dacht toen later, ja, misschien dat we dan binnenlands geen grote ongelijkheid hebben, maar het hele verhaal rond de 1% is globaal. 85 van de rijkste mensen hebben net zoveel rijkdom als 3.5 miljard van de armste. Dus of het opgaat voor Nederland of niet, we hebben er nog steeds last van. Toen las ik afgelopen maandag op de voorkant van de Volkskrant dat het CBS berekend heeft dat we er toch last van hebben. Nou ja, hoef ik daar geen blog meer aan te wijden.

Dan lees ik dat Peter Pontiac is overleden. In mijn Dance Hall Days heb ik hem nog geïnterviewd. Achteraf gezien schaamde ik me om mijn vragen. Ik was zo’n hopeloze fan en dat was zo duidelijk te zien. Ik schaamde me genoeg om het interview te vergeten, maar had niet de moed dat aan hem te vertellen. Als ik hem later toevallig op straat tegenkwam, dan ontweek ik hem en voelde daar nog lulliger over.
            Zoals een van zijn grote voorbeelden Robert Crumb graag liet zien was de vrijheid van meningsuiting bij Pontiac de vrijheid om je diepste roerselen aan het witte papier toe te vertrouwen. In elke vorm waar hij behoefte had en hoe kwetsbaar ook.

 
Portretje van mijn toenmalige alter-ego door de heer Pontiac zelf. 
                                                               Dat was ook toen ik om het interview vroeg.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten