vrijdag 14 november 2014

Rouwig



We lopen er regelmatig langs, mijn maten en ik, mijn vriendin en haar kinderen. We vinden het best interessant, die vreemde biertjes, die mooie handgemaakte tassen, het biologische vlees, maar we kunnen het niet betalen. Ik kan net rondkomen om in de Appie te winkelen en zelfs daar moet ik tegenwoordig hele schappen overslaan. Gelukkig hebben ze Basis nog en zijn er wat Turken in de straat die goedkope groenten verkopen, maar anders zou het hier niet meer te doen zijn.

De kapper van hiernaast is weg. Hij moest opeens twee keer meer betalen voor de huur. Da’s toch te gek? Er komt een koffieplek. Wij zitten altijd hier, in Droesem, daar ken je ook koffie kopen, maar daar willen die nieuwe lui niet heen. Dat is ze vast te vies. En Hanna van verderop probeerde bij een andere koffieplek werk te krijgen, maar ze wilden haar niet. Twee dagen later werkte er zo’n meisje, een blondje in dure kleren. Fijn meisje, hoor, ze groet ons terras altijd. Dat is iets wat je niet kan zeggen van veel van de andere nieuwelingen. Ze lopen ons voorbij alsof we ebola hebben.

Maar het is nou eenmaal zo, weet je, je kan er eigenlijk niks aan doen. Ik bedoel, het is niet alsof die kankerlijers nou rekening met mij zouden houden. Ik vroeg ernaar bij mijn sociaal werker, een toffe peer, echt, maar zo’n jong studententiepje. Ik vroeg het hem, zeg, als al die winkels zo duur worden, waar moet ik dan mijn eten kopen? Hoe ken Hanna voor haar kinderen zorgen? Zelfs de bier bij Droesem is de laatste jaar een kwartje duurder geworden. Hij zei tegen me dat hij het snapte, ja, hij snapt het, maar als ik meer zou verdienen dan zou ik er geen probleem mee hebben. Als ik meer zou verdienen, mannetjes, zei ik toen, dan zou ik hier niet elke maandagochtend zo vroeg op je schoot zitten!

Nou ja, zo gaat dat, weet je, zo gaat dat. Of ik iets met computers wil doen, vroeg hij me. Heb je mijn computer wel eens gezien, vroeg ik hem. Nee, natuurlijk niet, want ik moet nog steeds naar de bibliotheek voor al mijn internetzaken! Ja, een bibliotheek die ze dus gaan afschaffen. Daar wordt ik dan een beetje kriegel van, hè, van dat soort dingen. Ik zou ook best in de automatisering willen zitten, of bij de gemeente, of iets anders waarmee je een mep poen kan verdienen. Ahmed van de buren ook, maar wie wil ons nou? Trouwens, ik snap de ballen van die dingen. Het is al lastig genoeg om de handleiding van de nieuwe tv uit te vogelen. Gelukkig kan je die afbetalen, maar bij de kaasboer moet je daarmee niet aankomen.

Ik wil hier niet weg, weet je, het is mijn plekkie, maar op een dag moet ik ook, net als de kapper. Dan gaat die huur zo hoog worden dat ook ik en Hanna en m’n vriendin de stad uit moeten. Ken niet zeggen dat ik er erg rouwig om ben. Dit is echt niet meer mijn buurt zo. Ik ken in die nieuwe plekken de koffie niet eens betalen.

illustratie M. Ozymantra

1 opmerking: