zaterdag 18 oktober 2014

Pepernoten van de globalisering



Dit is een stukje in de reeks Little America waarin ik de culturele invloed van de Verenigde Staten op Nederland bespreek. Eerste stukje is hier te vinden.


De hele pietendiscussie, hoe welgemeend van beide kanten ook, hoe suf door sommige verdedigers en aanvallers gevoerd, gaat niet over Piet, maar is een symptoom van een veel groter probleem. Het gaat hier om de angsten van een volk, het Nederlandse volk in dit geval, om opgevreten en uitgespuugd te worden door de globale veranderingen die de laatste jaren steeds sneller op hen af komen. Het gaat hier om een volk dat bang is om de eigen identiteit te verliezen en, terwijl ze in bijna elke kleine daad ten faveure van de wereldmarkt vrijwillig afstaan, in Zwarte Piet een symbool hebben gevonden om in ieder geval iets vast te houden van wat ze als Nederlands beschouwen.

Dat deze identiteit vooral teruggrijpt op de jaren vijftig hoeft geen verrassing te zijn. Na de tweede Wereldoorlog wilden veel Nederlanders graag hun gewone leven weer oppikken. De zogenaamde babyboomers voorkwamen dat. Popcultuur werd dominant. Daarmee kwamen ook nadrukkelijk andere kleurtjes mensen regelmatig het huis binnen. Net als door de onafhankelijkheid van Indonesië en Suriname gebeurde. Weinig van de autochtone bevolking hebben willen accepteren dat dit ook een serieuze verandering voor het zelfbeeld en de cultuur zou eisen.

De belangrijkste ‘dreiging’ voor de verandering van de zogenaamde Nederlandse identiteit is de commercie gebleken. Met het Marschall-plan in de jaren vijftig is ook de ongebreidelde consumentencultuur van de VS geïmporteerd. Al is Nederland zeker sinds de Gouden Eeuw een land dat zijn problemen graag met geld oplost. We verkochten de Spanjaarden en Engelsen wapens terwijl we oorlog met ze hadden, maar dat ging altijd hand in hand met de domineesvinger. Het was geld verdienen in naam van God en bepaalde dingen deed je nou eenmaal niet. Je rijkdom overdreven tonen bijvoorbeeld. Vandaar die Staalmeesters van Rembrandt in hun bescheiden zwart en wit.

Zeker sinds de jaren negentig is het tonen van rijkdom bon ton. Het moet zelfs een beetje. Nederland werd vet van tevredenheid. We waren goed voor de wereld als gidsland, ons geld kon niet op en iedereen was gelukkig. Nog steeds zagen we ons vooral als wit en met een uniforme cultuur. Dat een hele generatie autochtonen aan de onderkant van de samenleving zijn leefgebied drastisch had zien veranderen doordat Turken en Marokkanen een steeds groter gedeelte daarvan bezetten werd vooral gezien als een ongelukkige bijkomstigheid. Krachtwijken, zo werden die plekken toch genoemd? Als ze maar rijk genoeg werden zou het goed komen.

Laten we duidelijk zijn, globalisering staat hier niet voor wat eufemistisch door onze politici en economen een met elkaar verstrengelde en wederzijds afhankelijke wereldgemeenschap noemen. Het gaat hier om de naakte realiteit van een wereld waarin de economische wetten en de macht worden bepaald door enkele grote spelers, met de VS als onbetwiste leider. Terwijl wij hier in Nederland druk bezig waren de cultureel interessante elementen uit de VS te importeren kregen we ook een heel nieuw waardepatroon mee. Voor een gedeelte gebaseerd op die van de VS. De culturele Nederlandse elite omarmde deze met genoegen, want ze kon niet kosmopolitisch genoeg zijn. De onderklasse pikte er maar één element uit: dingen kopen en hebben is goed. Verder hadden ze er weinig profijt van. Ze zag zich vooral genegeerd in de eigen wijk. Met het krimpen van de economie is het kopen van dingen in de verdrukking. Wie geven ze daarvan de schuld? De elite en de islamitische allochtoon. Nederland is Nederland niet meer. Nederland is niet meer blank en jaren vijftig burgerlijk.

De door deze veranderingen gevoelde rancune bestond al voordat Fortuyn ons met zijn aanwezigheid vergulde. Deze rancune zal alleen maar toenemen doordat we ons moeten aanpassen aan de grote wereld. Zeker gezien grote bedrijven als Amazon (hier en hier) van plan zijn zich hier huis te nestelen en zo voor nog grotere veranderingen op de arbeidsmarkt gaan zorgen. Het huidige kabinetsbeleid anticipeert hier al op. Een flexibele banenmarkt, minder bescherming voor de werknemer, steeds verder toegepast onderwijs. Volgens een onlangs verschenen onderzoek spreken we het meeste Engels van het continent. Wel 95 %! Wat dat betreft zijn we er helemaal klaar voor. Nu nog even onze laatste racistische sporen opruimen. Black face kan natuurlijk niet.

Daarnaast is het ook wel zo vriendelijk jegens de mensen die al zo lang ook Nederlander zijn en zich de hele tijd buitenlander hebben gevoeld. Jammer dat we dat niet hebben kunnen doen voor het echt grote geld hier naartoe zou komen. Nu komt het een beetje opportuun over.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten