zaterdag 4 oktober 2014

Bonje om de schuur - allegorie over Oekraïne




Er was eens een tuin die door twee mannen werd gedeeld en in het midden van die tuin stond een schuur die ze samen hadden gebouwd. Dit was nog in de tijd dat de stad weinig problemen daarmee had, met twee mensen die een tuin en een schuur deelden. Wat ik vergeet te vertellen is dat het neven waren. Magnus woonde in het zuiden en Maarten in het noorden. Ze hadden beide net zoveel geld in het bouwen van de schuur gestopt en menig feestje in de tuin gehad. Barbecueën deden ze allang voordat het zo modieus werd. Legendarisch was hun straatwodkaparty in de jaren negentig. Iedereen was er, hun halve huisraad werd gestolen, maar het maakte niet uit. Een reputatie was gemaakt.

Helaas kon het niet duren. De tijden veranderden en de gemeente moest een lijn trekken. Teveel mensen deden maar wat ze wilden en chaos bedreigde de algemene orde. Tuinen moesten weer worden gescheiden. Magnus en Maarten keken met lede ogen toe, terwijl een commissielid aanwijzingen gaf aan een bouwvakker om een houten schutting te plaatsen. De schuur viel in de tuin van Magnus. Eigenlijk vond hij dat niet vervelend en, om eerlijk te zijn, hij was die dronken zwalkende bezoekjes van Maarten een beetje zat. Soms ging deze midden in de nacht al lallend het gras knippen met de elektrische schaar. Maarten ging steeds meer op een slechte buur te lijken.

Toen het hek er stond begon Magnus’ leven pas echt, vond hij. Nieuwe vrienden, kinderen, een goede baan, dat alles leek opeens mogelijk. Hij zat er over te denken om die oude schuur op te knappen en er iets leuks van te maken. Het was zelfs zo dat een van die nieuwe vrienden, François, hem wilde helpen. Hij had er zelfs geld voor over! Magnus was helemaal in zijn nopjes. Hoe vaak gebeurde het je dat iemand geld in je investeerde voor zo’n beetje niks? Het enige dat François graag terugwilde was ruimte om zijn eigen spulletjes op te slaan. Dan zou hij ook graag helpen met de rest van de tuin. Maarten had er moeite mee. Hoe aardig Magnus het hem ook vertelde, hij vond dat hij toch recht op die schuur, al was het maar de helft!

Toen werd het een beetje verwarrend. Maarten roddelde tegen iedereen dat Magnus een slechte vader was en bedreigde zijn vrouw een keer bij de bakker. Het leek er even op alsof de buurt dacht dat Magnus de foute van de twee was. Maar hij hield zijn rug recht en het leek erop alsof Maarten het begreep. ‘s Mans land is ’s mans land. Magnus bezat alle rechten. Misschien had hij deze enigszins onterecht gekregen, maar zo was het nou eenmaal. Toen ging het plotseling verkeerd. François was geweest, had spulletjes neergezet, de volgende dag zou meer komen, maar de volgende dag was de schutting stuk en zat er iemand anders in de schuur. Niet Maarten, hoor, nee hoor, zeker niet! Nee, een vriend van hem, Jacob. Hij vond het nodig om Maartens rechten te verdedigen.

Voor ze het wisten liep Maarten weer dronken door de tuin. Hij vond het zijn plicht zijn vriend te verzorgen, want die kon eigenlijk niet meer weg. Magnus en François blokkeerden hem namelijk. Er was elke dag een hoop gescheld en smijten met dingen. De buren aan de andere kant werden er goed ziek van. Hun ruiten sneuvelden ook dus begonnen ze zich er ook mee te bemoeien. Al snel escaleerde het.

Een onafhankelijk toeschouwer had misschien gezegd, waarom bood Maarten niet betere opties aan dan Francois? Daar ging het tenslotte om. Ze hadden samen de schuur kunnen exploiteren. Waarom werden er een invasie en een bezetting uitgevoerd? Als Maarten zich gewoon eens van zijn best kant had getoond had Magnus misschien liever hem dan die slijmbal van een François. Ze waren tenslotte neven. Maar er was niemand om dat oordeel te maken. Er was niemand die macht over de situatie had. Dus blijft het tot op de dag van vandaag bonje rondom de schuur van Magnus en Maarten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten