vrijdag 18 juli 2014

Het is weer zomer...



Het is weer zomer! Ja, we kunnen weer even zonder jas naar buiten. Al ben ik verkouden, wat vreselijk is in de zomer, want er valt niet tegen te kleden. En elke stap binnenshuis is er een van traagheid. Je voelt hoe de warmte aan de spieren trekt. Je voelt hoe vocht langzaam aan je huid wordt ontnomen. Je probeert niet al te zeer te haasten of in te spannen, want dan zou het er zomaar in zijn geheel uitgutsen. Je kleding wordt klef en heeft behoefte aan vervanging. Naakt is toch ook niet echt een optie. Niet voor mij. Dat hangt en kletst maar heen en weer. Bovendien zweet je toch. Je mag juist blij zijn met die kleding want ze trekt het vocht tenslotte weg. Ik ben thuis met een opdracht bezig, iets met illustreren, en probeer niet teveel aan de rest van de wereld te denken. Dat lange haar is ook geen pretje met deze hitte.

Steek ik mijn hoofd in het zand als ik probeer niet al te bezig te zijn met het neergeschoten vliegtuig, conflicten in Israël, Syrië en Irak? De getallen dwarrelen door me heen, de geopolitieke verhouding vormen een patroon, het leed van de mensen… het leed van de mensen… Wat nabij is doet het meest pijn, natuurlijk. Het is mooi weer. Ik houd zo erg van mooi weer! Soms denk ik werkelijk in het verkeerde land te zijn geboren. Nog niet zo lang geleden was ik in Griekenland en die 22 graden was bijna perfect, daar valt gewoon niet over te klagen. Deze 25 tot 30 graden geeft genoeg reden tot klagen, maar niet door mij. Nee, niet door mij! Behalve die verkoudheid, die is verdraaid vervelend. Wat wil zo’n virus nou? Alleen de schaduw, waar de wind net iets te fris is, daar kruipt ze graag in. Dan moet ik oncontroleerbaar niezen.

De vier weken lange obsessie met voetbal heeft veel van het slechte nieuws buiten de meeste deuren gehouden. De nuchtere werkelijkheid komt nogal zwaar aan. Is de hele wereld een absoluut tranendal, de vreselijkste plek om te leven, is de mens afschuwelijk en horribel, niet te treuren zo verdorven, dat we het liefst alles zouden opdoeken, verhuizen met een selecte groep, op een andere planeet, ergens waar dan ook, waar wij niet zo vreselijk, zo achterlijk, zo ongevoelig, zo hopeloos zijn? Wij, als soort, wij zijn verdorven tot op het bot, hoor ik mensen zeggen, zie ik anderen schrijven. Niks kan dit leed goedmaken! Niks! We moeten vooral geen aandacht besteden aan de kleine dingen, waar alles over het algemeen goed gaat, waar harmonie heerst. De meeste mensen die ik ken. De meeste mensen die ik op straat zie. De meeste woorden die worden uitgesproken.

Een mening over wat mensen wel of niet zijn kan heel bepalend zijn voor hoe je mensen behandelt. Dat gaat over je basisinstelling. Wie denkt dat de mensheid tot het kwaad geneigd is kan besluiten beter voor anderen te zorgen, maar kan ook meedogenlozer worden. Tenslotte zijn het allemaal rotzakken.

De zon zal nog zo’n tien miljard jaar blijven schijnen. De aarde zal er iets minder miljarden jaren rond blijven draaien. Er is altijd het moment om te treuren. Er is altijd het moment om stil te staan bij onze sterfelijkheid. Er is altijd het moment om afstand te nemen van gewelddadigheid. Er is altijd het moment om te realiseren dat we als mensen echt een betere wereld hebben gemaakt en dat ook zullen blijven doen. Er is altijd het moment om te accepteren dat we nooit een perfecte wereld zullen krijgen, dat wij niet perfect zijn, dat we dat nooit zullen worden, maar dat we in ieder geval kunnen streven naar verbetering.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten