vrijdag 30 mei 2014

Griekenland is een lapjeskat



Op de boot stappen is als door een deur gaan. Wat er voor is gebeurd is snel vergeten. Een nieuwe wereld toont zich. Een wereld van ijshelder water, waarvan de bodem zich in rots en algen laat zien. Telkens weer loop ik langs de kade en kijk. Zie daar de visjes, sommige kleiner dan andere. Ik zeg het ook, ik loop langs de kade, sorry, ik moet wel langs de kade lopen. Niets is zo mooi als in deze diepte kijken. Niet voor een kind dat zompig Hollands water gewend is. Jaren gezeild in Nederland, maar nooit de bodem zien, is als manoeuvreren over een plaat getint glas. Ik moet langs de kade, elke haven weer. In de hoop ook nu weer zo’n nerveuze jager te zien, spits in doelmatigheid. Met ogen groot als stuivers. Een paar havens later zag ik zijn broertjes bij een visser in de boot liggen. Verse vis te koop! Niemand schreeuwde het. Iedereen wist het. Een kade gelegd in natuursteen en marmer, betast door een laserende zon. Apollo heerst in de hemel, Dionysos beheerst de harten. Ook de verloren plastic tassen zijn goed te zien in dit water.

Alles wat helder is aan het steen van de Acropolis straalt hoog boven een vieze stad uit. Athene, Mad Max van de Egeïsche zee, waar politiemannen op de motor kogelvrije vesten over een shirtje dragen en met zijn allen een broodje souvlaki eten op een halfverlicht plein. In de verte zijn ze weer bezig met het reinigen van de straten. De grote hitte komt eraan, de vuilnismannen zijn er klaar voor. We beklommen de berg van de verkeerde kant, maar een archeoloog was zo vriendelijk uit te leggen hoe alles in elkaar zat. Als we die als brandtrap vermomde route liepen zouden we de oudste offerplekken van de stad vinden. Drie ondiepe grotten, aan Pan, aan Apollo en de derde aan Zeus gewijd. Mussen of zwaluwen hadden er vast al millennia hun huis. Iets terug konden we een bron uit de Myceense tijd vinden. De tijd dat helden groot als reuzen de wereld bewandelden, vergeefs op zoek naar eeuwige roem. Was het vergeefs? Homerus wordt nog steeds gelezen en gebruikt als inspiratie. We hadden de grotten nooit kunnen vinden zonder aanwijzingen. De kaart op het foldertje dat we bij de bijna onzichtbare ingang kregen stond omgekeerd van de leesrichting afgebeeld. Zoals op elk foldertje en aanwijsbord in heel Griekenland. Richting en logica op de Acropolis maakte dat we nooit bij de Myceense bron konden komen.

De nerveus aandoende serveerster rende mij bijna toe toen ik van de mountainbike afstapte. Twaalf kilometer geleden huurde ik een fiets waarvan één trapper vast zat. Gelukkig had ik het door, draaide mij een derde keer om, zag een zwaaiende man bij de fietsverhuur (2 euro per dag, geen borg) en kreeg te horen dat hij naar mij zwaaide. Dat kwam mooi uit, want voor die trapper had ik mij omgedraaid. Met Nine Inch Nails op de oordopjes stuntte ik euforisch heuvel op en af met de bijna heetste zon in de rug. Spaarzaam passeerden auto’s, vooral klevende aan de middellijn. Ik had uiteindelijk weinig te vrezen tot er verkeer van twee kanten tegelijk kwam. Ik zette de muziek wat zachter. Langs de weg lagen strandjes en op eentje gooide ik de fiets neer in het rulle zand. Over de rotsen liep ik door kniehoog water naar een grote betonnen plaat die daar verloren lag. Al dit was zout water, maar het leek een meertje, met de eilanden aan de andere kant als verre kust. Twee hele cd’s kostte het me om bij het uiteinde van het eiland te komen. Octopussen op een giek hingen in de zon te drogen. De wind blies mijn lege colablikje van de tafel. De kapitein van de boot zou pas morgen weer varen. Bij afscheid en betaling van de rekening wees de serveerster hem enthousiast aan. Hij opende net een flesje Duits bier met twee vrienden, maar wilde me wel voor een uurtje overvaren. Hij waarschuwde me onderweg:
            ‘Don’t leave the door of the temple open or the demons will enter.’ Ik neem maar aan dat de demonen hier de vele geiten van het verder onbevolkte eiland waren. Ze leken zich al te goed hebben gedaan op het eeuwenoude tempelcomplex van Apollo. Overal lagen keutels. Despotiko heette het eilandje. Wat een naam voor zoiets bijna hemels.

Ons werd ontraden om voor de moederkat te zorgen. Dat ze drie kleintjes had was vooral jammer. Er waren al zoveel katten op het eiland. De ene was nog magerder dan de andere. Niemand die voor ze wilde zorgen, niemand die ze wilde steriliseren of inenten. Dit eerste eilandje waar we kwamen had de grootste scharminkels. De moeder wist niet of ze moest blazen of knorren. We gaven haar eten en aandacht. Mijn vriendin kocht kattenmelk, net als de Welse huurders van de andere kamer. Haar werd liefde gegeven, maar we mochten niet te dichtbij de kittens komen. Dat is zou vanzelfsprekend moeten zijn. Wat kan je als kat verwachten van een wereld die je zo behandeld? Wij hebben millennia geleden een contract met onze huisdieren afgesloten. Toen is er over dit soort dingen onderhandeld. Wij hebben ons aan hen verplicht en zij geven ervoor terug wat ze kunnen. Dit eilandje is het grootste deel van de tijd verstoken van serieus toerisme. Vooral rond de Orthodox-christelijke hoogdagen raakt het er afgeladen. Er zijn geen tempels, geen schone stranden met tropisch vergezichten, geen noga zo zoet en zacht dat je gehemelte altijd op het eiland wilt blijven. Er waren geen vulkanen, geen ezeltjes om te rijden of marmeren straten. Er is alleen een rubberen mat die van de haven helemaal naar de kerk op de heuvel loopt, waar de gelovigen overheen kruipen als het weer zo ver is. Er was een toilet achterin de kerk waar ook de taxichauffeurs gebruik van konden maken.

Ook in het middeleeuwse stadje op de berg was een openbaar toilet, al waren alle winkels verder dicht. De kapitein van mijn bootje naar Despotikon ontmoetten we die avond in de stad, nadat hij was voorgedragen voor een positie in een politieke partij. Verkiezingen voor burgemeesters kwamen eraan. Hij herkende me wel, kon ik zien, maar het was te druk, er waren teveel echt belangrijke mensen. We hadden nog wel enthousiast voor de andere sprekers geklapt, al snapten we niks van wat ze zeiden. Hoe rijker het eilandje, hoe beter er voor de katten werd gezorgd.


3 opmerkingen:

  1. mooi! Fijn dat ik even mee mocht op reis!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Cool!!! Het voelt bij het lezen zoals het toen voelde...

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Dankjewel, tzzie, maar dit is natuurlijk niet meer dan de top van het topje van de reis, om maar niet te spreken van de bijdrage en visie die mijn reisgenoot Giovanna heeft!






    BeantwoordenVerwijderen