vrijdag 25 april 2014

Kent u Piketty?


M: Goh, heb jij dat al gehoord van die Piketty?
O: Piketty? Ja, dat is toch die Franse econoom die dat boek heeft geschreven, onlangs in het Engels vertaald, Capital in the twenty-firstcentury? Volgens zijn onderzoek gaan we weer terug naar de grote ongelijkheid van de negentiende eeuw. Toen had je die vreselijk rijke mensen, beetje de 1 procenters van toen en de rest was nog armer dan wij en had weinig kans ooit echte rijkdom te krijgen. De enige manier omdat te doen was trouwen met iemand uit zo’n familie.
M: Nee, niet die. Die ander…
O: Is er een andere?
M: Hahaha… Ik zou het niet weten. Grunberg had het in de krant over hem. Hij zat een beetje zuur te doen over dat mensen nou eenmaal niet veranderen en zo.
O: Ja, Grunberg doet graag zuur.
M: Ha! Nou je het zegt! Lekkere koffie, zeg!
O: Dank je, het is die nieuwe waar ze zoveel reclame voor maken. Hij is vroeger zeker vaak geslagen, of zo.
M: Hij noemt zich graag een realist, geloof ik
O: Dat is heel leuk voor hem. Ik kan er zuur over worden dat we blijkbaar geen steek zijn opgeschoten. Degene die rijk zijn worden dat alleen maar meer en voor ons stijgen de huurprijzen en die van de gezondheid en die in de supermarkt en niemand doet er iets aan! Waarom komen die bankmensen met alles weg, terwijl ik met maar een foutje in mijn aanvraag bestraft wordt? Kijk, dat is toch niet eerlijk?
M: Ik ben het helemaal met je eens, over die banken, maar waarom is dat de schuld van de rijke mensen? Daar kunnen zij toch ook niks aan doen? Laat ze toch lekker genieten. Bovendien kunnen we toch altijd de vermogensbelasting verhogen?
O: Ach, het maakt mij ook niet zoveel uit, maar als we de rijkdom eerlijker zouden willen verdelen, als we niet alle armen voor de kosten zouden willen laten opdraaien, dan moeten we ze inderdaad beter belasten. Maar juist dat gaat steeds moeilijker, want grote bedrijven en rijke individuen lobbyen de hele tijd voor financiële regels die hun tegemoet komen. Ze hebben genoeg poen om het hele systeem om te kopen. Ze kunnen elke advocaat betalen om zich uit de gevangenis te houden als het nodig is. Daar wordt ik niet blij van.
M: O… O… Oké, ja, daar zeg je me wat… Daar kan ik ook niet blij om zijn, nee. Dus je bedoelt te zeggen dat we er straks niks meer aan kunnen doen?
O: Misschien kunnen we er nu al niks meer aan doen, als ik die Piketty moet geloven. Of Grunberg.
M: O… O!
O: Wil je nog een koekje? Ik heb begrepen dat hij ook zoiets als belastinghervorming heeft voorgesteld, maar toen dat in de vorige eeuw gebeurde kon het onder ander vanwege de oorlogen en het communisme. Dat zit er nu toch niet in? Wie gaat nou het verzet tegen zoiets organiseren?
M: O, shit, maar daar moeten we toch wat aan doen? Dat kan niet zomaar!
O: Ach ja…
M: Maar, maar we moeten snel de regering aanschrijven! Een petitie op Facebook! We moeten… Maar dat kan toch niet? Dan zitten onze kinderen straks met die shit! Altijd maar armer, altijd maar meer werken!
O: Ach, het zal wel niet zo’n vaart lopen, denk ik.
M: Hoezo? Als ik het zo hoor dan loopt het al zo’n vaart! Dat is vreselijk!
O: Joh, dit is Nederland, daar gebeuren zulke dingen niet. Misschien in Frankrijk of de VS of dat soort landen, maar wij doen dat soort dingen toch niet? Nee, joh, daar zijn we te verstandig voor, en te sociaal. Niemand hier laat zijn kinderen zo in de drek zakken.
M: …
O: Denk daar toch niet aan, je hebt het toch goed? Je baan is toch leuk, je huis toch ook en je familie?
M: …
O: Je gaat toch elk jaar twee keer op vakantie en je kinderen gaan naar een leuke school, je straat is veilig… Bovendien is het hopeloos, voor een mens alleen.
M: …
O: Ben je er nog? Koekoek!
M: Ja… haha, ehmm…
O: Tja… Kijk die zon toch eens!
M: Ga jij dat boek nog lezen?
O: Zoveel pagina’s en dat hele economische gebeuzel erbij? No way. Wil je nog een koffie?
M: Nee, dank je. Ik moet nog even naar de supermarkt om wat te halen, een vriendin komt vanavond eten.
O:  We bellen?
M: We bellen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten