donderdag 27 maart 2014

Dansplaat



De eerste keer dat ik danste, zo tussen mensen in, kan ik me nog vrij goed herinneren. Het was op een schoolfeestje waarvoor ik de ruimte had geregeld, min of meer, bij ons in het gebouw. Het zat namelijk zo. Op school vroegen ze of iemand een leuke plek wist, ik deed mijn mond eens een keertje open en zei ‘bij ons’, maar durfde daarna niet meer die toestemming van het gebouw, de volwassenen aldaar, te verkrijgen. Puberteit is een raar ding.

Ook zoiets als dansen had te lijden onder puberale angsten. Op een gegeven momenten stonden twee vrienden en ik op, de hele avond al puisterig aan de zijlijn met een prikdrank, om een soort van dans te doen. De ene arm plat over de ander en omhoog, de andere dan daarover, het zag er erg sullig uit. We deden het mooi in harmonie met elkaar, dat was tenminste iets. Ik ben bang dat we het ritme van de muziek geheel misten.

Ik weet eigenlijk niet meer hoe het met die toestemming was opgelost. Ik geloof een schaamtevolle gang van mij naar hen. Puberteit, tja.

Sindsdien probeerde ik de meeste kansen om te dansen met beide voeten aan te pakken. Ik weet niet waarom. Het was zeker niet om de meiden onder de indruk te brengen. Waarschijnlijk is het nog steeds hetzelfde als tegenwoordig, spanning, lichaam, ontspanning, je uiten, je energie, de droom die even op de dansvloer ontstaat dat je een superster bent. Op een feestje bij mijn moeder thuis heb ik blijkbaar nog staan dansen op de tuintafel die vervolgens onder mijn passen zwichtte. Ik weet het niet meer. Een aardig gat in de herinnering waar de alcohol nog uitdampte toen ik plat op de vloer ergens in de tuin bij zinnen kwam.

Jaren lang ging ik naar de Korsakoff alleen voor het dansen. Mijn soort muziek, ruig als de keel van een kettingroker, ieder voor zich, tot dat moment dat iedereen op hetzelfde moment werd opgezweept en we elkaar kennende blikken toewierpen. Dansen waarbij het lichaam zich tegennatuurlijk opwond en een vuist lucht sloeg in een gat van het geluid. Als slangendansers die probeerden te ontkomen aan een kolonie vuurmieren. Net als dat ChristopherWalken in elke film op z’n minst enkele danspasjes moet doen, zo zal in al mijn boeken ook getuigenis van deze lust worden afgelegd.

En werkelijk, ja, werkelijk, ik vond het meestal maar ergerlijk als iemand op me afstapte als ik danste, al was het nog zo’n knappe meid. Oké, dat is een beetje een leugen, natuurlijk, maar ik probeerde het te mijden. Praten op de dansvloer is toch vrij hopeloos. Al heb ik best zo nu en dan weg kunnen vluchten met een mooie dame aan mijn arm. Geheel zomaar, vanuit het niks, om een nieuwe dans op een ander podium uit te voeren.

    Brainpower - Dansplaat
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten